Dat burgers hun heil blijven zoeken bij horoscopen en andere door de Vereniging tegen de Kwakzalverij ernstig afgeraden vormen van bijgeloof, is één ding. Maar zorgwekkend wordt het als de politiek toegeeflijk wordt tegenover gevoelens in die gevallen waarin overtuigend bewijs van het tegendeel voorhanden is. Daarmee wordt onwetendheid als legitieme attitude alleen maar bevestigd. Natuurlijk doen onderzoekers, onder druk van de hang naar publiciteit en fondsen, daar van harte aan mee door met ieder klein feit naar buiten te komen, alsof het een definitief oordeel betreft. Het gaat mij ook niet om de tegenstelling tussen wetenschap en samenleving, maar om het bestrijden van tendensen die onwetendheid in stand houden.
Paradoxaal genoeg zijn het de landen die het meest geprofiteerd hebben van wetenschappelijke kennis die er nu het meest ambivalent tegenover staan. Dat geldt voor de Verenigde Staten, het land dat nog steeds de beste universiteiten en onderzoekers herbergt. Nog paradoxaler, het zijn juist de hoogst opgeleide klassen die de grootste argwaan lijken te hebben. [...] Obama begint veelbelovend. Hij heeft vooraanstaande wetenschappers benoemd op sleutelposities. Hopelijk kan hij met dat team de uitdaging aan van de grootste moedwillige onwetendheid van onze tijd: het in de VS wijdverspreide creationisme. Het toelaten van creationisme leidt tot een hellend vlak van het onvoldoende scheiden van wetenschappelijke bewijsvoering en politieke manipulatie, en het ter discussie stellen van wetenschappelijke methoden. Het is heel veel gevraagd van Obama, overbelast als hij is met de verwachtingen van zovelen, maar ik hoop dat hij zich ook in de war on ignorance een leider kan betonen.
Toegegeven, Obama begon veelbetekenend door ook “niet gelovigen” van harte welkom te heten. Maar over het creationisme, die verschrikkelijke en hardnekkige christenleugen, heeft hij niets gezegd. Ook NRC-columniste Louise O. Fresco ligt daar, terecht, wakker van.
2 Responses to “Kwoot: 20 januari”
Sorry, the comment form is closed at this time.




‘Hoop boven Angst‘.
Dat klinkt in beginsel al vreemd. Wanneer je hoopt op iets, dan plaats je het buiten jezelf. (Ik hoop dat het niet gaat regenen, ik hoop dat mijn onderbroeken schoon uit de was komen, ik hoop dat mijn neus aan de voorkant blijft zitten en niet opzij floept) Allemaal hele typische, kenmerkende voorbeelden van hopen. Hopen impliceert dat je geen poot uitsteekt en wacht op wat komen gaat. Als je hoop boven angst stelt, dan lijkt me angst in ieder geval een logische tweede.
Wanneer ik nu naar het secreet ren om een sanitaire behoefte te bevredigen dan hoop ik dat ik op tijd ben. Dat scheelt weer een hoop…opruimen.
En toch….kudo voor de one-liners:
Obama raises hand, lifts a nation