Dinsdagavond was ik samen met de literaire toptalentjes van Propria Cures in Nijmegen om satirisch-literair voor te lezen bij knorrenAHC-studentenvereniging Carolus Magnus. Voor die mensen die mij al langer volgen: ja, dat was dus het hol van de leeuw (zie verder: “Het evangelie van Lucas”. Maar tien jaar nadat ik mij dagelijks bezighield met het verbaal slopen van alles wat riekte naar studentenverenigingen blijk ik nog maar weinig aversie tegen deze clubjes te kunnen opbrengen. Het was eigenlijk wel een sympathieke club. Ik zou haast lid worden. Ach, ik word oud. Maar om mij te kwijten van mijn wandaden uit het verleden, vele studentenverenigingen hebben tenslotte krassen op hun ziel opgelopen door mijn onophoudelijk tirades tegen elke vorm van conformisme in de comments van duistere internetkrochten, besloot ik voor te lezen wat ik tien jaar geleden heb geschreven. Zie het als een soort biecht. Het onderstaande verhaal kwam destijds tot stand na de vraag van een lid of ik misschien stiekem zelf lid was geweest (kritiek op een vereniging kan namelijk alleen als je zelf de ontgroening niet hebt kunnen voltooien en dus gefrustreerd bent geraakt, zoiets). Als antwoord daarop besloot ik bij elkaar te verzinnen hoe dat lid worden en het ontgroenen ongeveer in zijn werk gaat. Tijdens het voorlezen bleek dat mijn verzinsels en de werkelijkheid niet ver uit elkaar liggen: na afloop vroeg men mij hoe ik zo gedetailleerd de ontgroening ontgeling van (de nog knorriger Nijmeegse vereniging) Ovum Novum wist te beschrijven.

I Introweek

Het was op een zwoele zomeravond dat ik voor het eerst het verenigingsgebouw binnenstapte. Ik was net in Nijmegen komen wonen en nam deel aan de introductieweek. Mijn ‘mentoren’ (ik mocht ze “mamma” en “pappa” noemen) waren beiden lid van Carolus Magnus en zodoende begonnen we de eerste uitgaansavond met een bezoek aan die toko aan de Hertogstraat.

Carolus Magnus, waar ik nog nooit van gehoord had, was eigenlijk gelijk de kroon op de introductieperiode. Daar binnenkomen was als het paradijs betreden: zoveel leuke, aardige, vriendelijke mensen, alleen maar mooie vrouwen, goedkoop bier en iedereen, ja echt iedereen wilde contact met me maken. Ik was nog geen twintig minuten binnen of ik had al het gevoel eindelijk thuis te zijn. Ik wist direct dat dit de vereniging voor mij was; dit zou de plek zijn waar ik de komende jaren door zou brengen. Het was alsof het lot mij met Carolus Magnus had verbonden, hier vond ik alles waar ik mijn hele leven naar op zoek was geweest. Ik was achttien jaar oud en zoekende naar alles. Carolus Magnus had de antwoorden.

Toch had ik twijfels, gezonde twijfels. Er waren buiten Carolus meer verenigingen, zoals de zeer aantrekkelijke vereniging Ovum Novum (ik vond een vereniging “Nieuw Ei” noemen gewoon van erg veel karakter getuigen) en ik was vastbesloten alle verenigingen met een bezoek te vereren. Bovendien waren er misschien wel duizend mensen die mij probeerden over te halen vooral niet van Carolus lid te worden.

Doorgaans waren het niets meer dan vuige vooroordelen die hen tot de overtuiging bracht dat Carolus slecht was. Zo zou Carolus een poel des verderfs zijn voor hockeyers, brallers, nep-corpsleden, gewelddadige macho’s en kneuzen. Maar sommige mensen hadden een meer onderbouwde mening. Zo was er ene Niek Kraut die mij wist te vertellen dat de ontgroening veul erger zou zijn dan ik mij kon voorstellen en dat er wat dat betreft veel werd gelogen of onder de pet gehouden. “Het beste”, zei Niek Kraut, “kun je je aanmelden bij Ovum Novum want daar hebben ze geen ontgroening maar een ontgeling. Dat is echt wat voor jou”.

Ik kon mij erg weinig bij deze radicale ontgroeningen voorstellen maar door de verhalen over ontgroeningen die ik in het altijd zeer objectieve Algemeen Nijmeegs Studentenblad had gelezen, was ik toch enigszins beducht voor een zogenaamde zware ontgroening.

Ik heb dus zo lang mogelijk de boot afgehouden omdat ik bang was voor een enge ontgroening en ook omdat ik vreesde voor een mogelijk verlies van mijn identiteit en mijn onafhankelijkheid. Ik dacht dat al die verplichtingen, uniformen, sjerpen, bacchanalen, mores en normen mij op den duur tegen zouden gaan staan en ook wilde ik serieus met mijn HBO-studie Sociaal Agogisch Werk bezig zijn. Een lidmaatschap leek mij niet bevorderlijk voor goede studieresultaten. Ik zag mijzelf al elke avond die verplichte honderden liters bier wegwerken en ook nog eens proberen tentamens te halen. Om nog maar te zwijgen over de vele aan mijn studie gelieerde praktijkstages die door een Carolus-lidmaatschap ongetwijfeld zouden sneuvelen.

Carolus liet mij echter niet los. ‘s Nachts droomde ik van feesten: de honderden prachtige bedrijfscommunicatie studerende vrouwen, die lekkere dikke billen, de heerlijke ongeremde maar ook vet arrogante sfeer, het zuipen, het langdurig brallen, samen met mijn vrinden op een tafel staan en met bier gooien en vooral dat ultieme gevoel van superioriteit. Dat gevoel bleef door mijn lichaam stromen ook nog lang na mijn eerste ervaring met Carolus.

Sinds ik daar binnen was geweest zag ik op straat veel meer kneuzen, knorren en ander minderwaardige pluizen waarvan ik nu wist dat ik mijlenver boven ze stond. Wat dat betreft is Carolus een echte eye-opener geweest: aan al mijn onzekerheden en verwarring kwam direct na de eerste ontmoeting een einde. Carolus was mijn nieuwe religie, De Kroeg mijn kerk en tempel.

Maar uiteindelijk waren het de vele overhaaltelefoontjes, sommigen zelfs nachtelijk, die me uiteindelijk over de streep trokken. Tijdens de introductieweek belde er elke dag wel iemand van Carolus om te vragen of ik nog lid wilde worden, of ik mee wilde naar De Kroeg, om te zeggen dat ze me misten en om te laten weten dat ik welkom was. Als ik niet thuis was vroegen ze een huisgenoot om een briefje voor me achter te laten. Het is me gebeurd dat ik thuiskwam en een briefje met ‘Carolus wil je!’ op mijn deur aantrof.

Vlak na de introductieweek werd ik voor het eerst in de UB herkend. Regelmatig kwamen groepjes hockeymeisjes met opgestoken polokraagjes en de tekst FIERA op hun rug naar me toe om te vragen of ik niet ‘die Bert Brussen was.’

Ze herkenden me! Ze wisten nog wie ik was, terwijl er duizenden mensen op die introductiefeesten waren geweest! Ik voelde me vereerd en bevestigd.

Eén meisje vroeg me zelfs mee uit naar een Carolusfeest en beloofde me een heerlijke nacht als ik lid zou worden. Hoe kon ik weigeren? Overigens kwam er van die heerlijke nacht niks. Toen ik eenmaal op dat feest was verdween ze, vreemd genoeg, in de massa. Ze was mij natuurlijk ook kwijt geraakt in het feestgedruis anders waren we vast op haar studentenkamertje geëindigd, dat weet ik zeker.

Op datzelfde feest, tegen de ochtend, toen iedereen lazarus was, en ik op een stoel gezeten mijn pis zonder schaamte liet lopen, in navolging van enkele Senaatsleden tegenover mij, heb ik uiteindelijk mijn lidmaatschapsaanvraag ondertekend.

Toen wist ik: ik ben voorgoed thuis, mijn heerlijke Carolus, het paradijs, de kroon op mijn studentenleven, het beloofde land. Eindelijk ging datgene van start, waar ik al heel mijn leven, en misschien wel daarvoor, op wachtte.

Alleen moest ik eerst de ontgroening doorstaan….

II Ontgroening

Er waren veel mannen in pak. Zonnebrillen, sjerpen, kijvende wijven, dronkenmansgelal. Wij stonden een uur, twee uur, drie uur, netjes in een rij. Een wit shirt met daarop een grote nul getekend, een hoofd besmeurd met yoghurt, zij aan zij met onze blik naar beneden gericht. Het moet een bizar gezicht zijn geweest al die witte, besmeurde, halfnaakte mensen op een rij, stram in de houding.

Degene die een opmerking maakte, opkeek, glimlachte of tekenen van vermoeidheid vertoonde kon rekenen op ernstig verbaal geweld. Meestal waren de krachttermen hetzelfde, slechts een enkele keer brulde iemand een echt gevatte opmerking. Doorgaans was het ordinair schelden.

Het engst waren de vrouwen. Zij leken het meeste te genieten van het sadisme. Op de een of andere manier leek er bij hun echt geen greintje gevoel meer in hun ‘spel’ te bestaan, leken ze echt volledig opgeslokt door het ‘spel’ van vernedering en onderdrukking. Misschien was het feit dat die vrouwen al spoedig met een hese, schorre stem spraken een reden voor mijn angst. Of was het dat sardonische genoegen bij het sadisme wat zich van die vrouwen meester maakte wat mij zo beangstigde?

Godzijdank had ik er als man weinig last van: het leek een ongeschreven regel te zijn dat mannen mannen vernederen en vrouwen vrouwen. En de ontgroeningsrituelen van de mannen leken meer op spel en arrogante humor dan de rituelen van de vrouwen, al was het slechts een relatief verschil want nuchter is het verdomde moeilijk om dronkemanshumor te snappen. Zeker als je de persoon in kwestie nauwelijks kunt verstaan.

Midden in de nacht, half vier. Twee jongens en drie meisjes, allen voorzien van een oranje sjerp, dirigeerden ons naar buiten.
‘Niet naar me kijken, niet naar me kijken’, schreeuwde een Guus Meeuwis in mijn oor. Ik keek niet eens naar hem, maar hij bleef toch doorblaten.
‘Hee feut wat heb ik nou gezegd. Trieste kneus die je dr bent, rukker, kansloos individu. Niet naar me kijken.’
‘Ik kijk voortdurend naar de grond anders…’, protesteerde ik maar het klonk als het gepiep van een stervend vogeltje.
‘Ik kijk naar de grond meneer! Meneer voor jou! En gatverdamme je stinkt!’
Ik twijfelde nog of ik zou opmerken dat dat niet zo vreemd was vanwege al die etensresten op mijn hoofd maar gezien het alcoholpromillage van deze man, die een aantal dagen geleden nog volhield dat wij allen ‘vrinden voor het leven zouden worden’ leek me dat geen verstandig besluit. Uiteindelijk liep hij bij me vandaan om een ander lastig te vallen.

Eenmaal buiten werden we gesommeerd een kring te vormen rond een lantaarnpaal. Hand in hand stonden we om de paal in een grote menselijke cirkel. Het licht scheen op onze smerige hoofden en deed pijn aan onze ogen. We waren moe en wilden slapen.

Een klein mollig meisje, waarvan ik eerder had gezien dat ze krullend rood haar had maar die nu een soort van spaghetti- en ontbijtkoekpruik leek te dragen, werd uit de cirkel gehaald en hardhandig met haar gezicht tegen de lantaarnpaal gezet. De bezopen jongen die haar uit de kring haalde boog zijn hoofd naar haar oor en bulderde: ‘Neuken die paal! Neuken die paal!’
Het meisje met de spaghetti-ontbijtkoekpruik leek niet te reageren. Een dikke vrouw in besmeurd mantelpak posteerde zich naast het meisje haar linker oor en brulde hetzelfde riedeltje mee, voor zover dat mogelijk was met haar hese stem: ‘Je hoort toch wat hij zegt! Neuken die paal! Hard! Hard!’.

In haar linkeroor de hese stem van het mantelpak, in haar rechteroor het bezopen gebral. Het duurde niet lang voordat het meisje haar wil was gebroken. Ze sloeg één been om de paal en begon zachtjes op en neer te bewegen, gleed langzaam van over het stalen oppervlak van boven naar beneden. Haar beulen riepen: ‘Sneller! Sneller!’ en op de achtergrond, ergens ver weg, hief een groep schorre mantelpakmeisjes een bierlied aan:

Wij zijn Moenen kwijt
Marikens nieuwe tijd
Wij zullen gaan ons eigen strate
In deez’ vrolijk studentenstate
Steun ons in ons streven
Dan zul je wat beleven!

Ik dacht dat ik droomde. Ik dacht dat ik gelukkig was. Ik dacht van niet. Ik dacht niets te weten. Ik vond alles nogal paarsgeel.

Pas toen ik wakker werd in De Kelder en een groot ei met daarin het silhouet van de stad Nijmegen zag wist ik dat de werkelijkheid veel erger was dan de verschrikkelijkste nachtmerrie.

  37 Responses to “Bert Brussen las voor met Propria Cures bij Carolus Magnus”

  1. Wat moet ik me eigenlijk bij die foto voorstellen? Een soort van stille fetish van Dhr Bert Brussen?

  2. Die bloemige introductieweek herinner ik me ook nog, alleen maar mooie vrouwen en gezelligheid. Daarna wordt alles rauwer, smeriger en platter…….ook mooi.

  3. En al die mensen die dan ontgroend zijn, die leiden automatisch aan het Stockholm-syndroom. “Nee, het was niet zo erg als het klonk. Ik vond het leuk om de kots van mijn buurman af te moeten likken van de grond, terwijl Jan-Pieter-Dirk in mijn oor stond te schreeuwen dat hij mijn moeder het liefst van achteren neukt. We zijn immers allen broeders nu. Voor het leven.”

  4. Lijden dus.

  5. Haakje sluiten vergeten achter “(zie verder: “Het evangelie van Lucas””

    Verder: leuk! Dit vind ik heel herkenbaar:
    “Maar tien jaar nadat ik mij dagelijks bezighield met het verbaal slopen van alles wat riekte naar studentenverenigingen blijk ik nog maar weinig aversie tegen deze clubjes te kunnen opbrengen.”

    Als Nijmeegse ‘pluis’ was ik 10 jaar geleden echt anti-Carolus en anti-Ovum. De laatste paar jaar heb ik echter een paar hele aardige oud-leden van deze verenigingen ontmoet en zie ik dat het allemaal ook maar een toneelstukje is. En dat ballerigheid een glijdende schaal is. Nu draag ik zelf sjaaltjes en heb artsen en tandartsen onder mijn beste vrienden.

  6. Bert aanspreken op een onzorgvuldigheid én in een moeite door toegeven dat je sjaaltjes draagt en Volvorijders tot je intimi rekent… Suzan you’re in for a rough ride.

    *bier en nootjes pakt*

  7. Het is allemaal de schuld van Superjan.

  8. WTF? “Nu draag ik zelf sjaaltjes”?

    Blegh. over glijdende schaal gesproken.

  9. In mijn tijd heette die klup nog Abortus Magdus.

  10. Aahh, vrijdag weer lekker stuudjes in mekaar rossen in de stad.

  11. Geef nou maar toe Bert, je hebt een glijdende sjaal

  12. Weinig sociale congregaties sneuer dan corporale studentenverenigingen. Hoe zeer die werkelijkheid ontvluchtende types ook hun best doen om gezamenlijk anders te zijn, ze weten zelden te verhullen dat ze oorspronkelijk uit kleine kutdorpjes komen, van waaruit ze vroeger iedere dag 15 kilometer heen en 15 kilometer terug moesten fietsen om op de dichtstbijzijnde middelbare school te komen, alwaar ze dag in, dag uit, 5 HAVO- of 6 VWO-jaren lang, het slachtoffer waren van fysieke pesterijen en mentale beledigingen. Zoiets doet iets met een mens, en hoe duur je jasje-dasje of hoe heet je aardappel later ook wordt, je blijft dat dus altijd merken aan die ballen (m/v).

    Degenen die met een zilveren lepel in de bek geboren zijn, zijn overigens nóg erger, want die hebben überhaupt nooit met de werkelijkheid in contact gestaan.

  13. Corpsballen, de nieuwe Marokkanen.

  14. Korupsballen verschijnen, net als elke andere dichtgetikte club, in vele vormen en maten: Freek de Jonge, Maarten van Rossum en Anthonie Kamerling waren ooit ook lid.

  15. Hitler ook

  16. @15:dat was niet het corps maar de NSB jeugd.

  17. Nee van Jolo, Kudtkrabbedijke.

  18. Ey Jolo, wat doet zo’n smerige aantijging van Geenstijl nou met je?
    Heb je dat ongefundeerd tendentieuze stukje over Cor Valies al gerectificeerd, of steek je ook nu weer je bruingeriemde middelvinger op?

  19. Zeg wat is dat met al dat gemekker over het Corps… Ik zeg IO VIVAT IO VIVAT lalala SANITAS. NOS JUNGIT AMICITIA ET tralalalaaa Jullie zijn gewoon jaloers, stelletje suffe knorren… hippies.

  20. @8 @10: Misschien heb ik wat overdreven. :) Ik draag mijn sjalen namelijk niet zo: http://tinyurl.com/ygregc7 maar zo: http://tinyurl.com/yhder9c
    Dat is een heel ander verhaal, niet? (proef de ironie)
    En Volvo’s, ach, ik rijd zelf in een Ford Focus.

  21. Mooi verhaald Lucas. Weer eens wat anders maar dit is dan wel meteen HééééL erg suavemente. Dat je in deze nog maar weinig aversie kunt opbrengen; tuurlijk, je hebt zo’n beetje alles er wel over gezegd, maar dat je toen geen ballen had en niet slim genoeg was om heersend gedrag te vertonen, dan nu ten gerieve van je natuurlijke ouderdomsontwikkeling en de klaarblijkelijk daarmee gemoeide import van frustratietoleranties je schrijfverleden verkopen als “kijk mensen, die tijd waarin velen onder jullie, mij en mijn stukjes bestempelden als buitengesloten, getraumatiseerd en jaloers, ben ik nu echt ontgroeid hoor – jullie hadden gelijk, corpsballen zijn helemaal geen pueriele sukkels en u kunt mij nu inhuren voor gematigde meningen, geheel en al literair OK bevonden door mijn huidige ingekakte voorleesdoelgroep”. Sterker nog, dit is zo tergend suave dat ik er als lezer een warmwaterkul van krijg waarmee je nog geen deuk in een besneden velletje A4 kunt stralen. Pisvlek!

  22. @23

    Psychotisch commenten blijft een kunst! Hup, en nu weer terug naar de separeer….

  23. Het zou wel ironisch zijn, dat een schizofreen uit de separeer de ironie van het ironische niet zou zien.

  24. Ik vind suave een moeilijk woord.

  25. Suave klinkt als Japanse ouzo.

    @22 éééénig zo’n sjaaltje!! niks mis mee.

  26. Doet 23 nou een poging om als Kouwes of die advocaat die niet wil staan te klinken?

  27. Inderdaad wel een beetje triest. Wie lijdt er nu aan arrogantie? Jezelf hier een beetje met je reageerdersvriendjes superieur achten aan die boze buitenwereld waar jongens en meisjes het beste uit hun studententijd proberen te halen. Meer is het niet, gewoon een groep gelijkgestemden die samen feesten en samen drinken.
    Maar blijf lekker geloven dat al die studenten vroeger gepest werden en dat ze niet op een normale manier vrienden kunnen maken. Blijf lekker denken dat je alleen ontgroening kunt doen als je geen eigenwaarde hebt.
    Compleet wereldvreemd die Bert.

  28. Eigenlijk wordt jij gewoon geil van heel hard “FEUT” roepen, is het niet DaSilva? Lekker met je vrinden kampbeultje spelen en dan over eigenwaarde gaan jammeren.

    Mensen als Travone da Silva zijn het soort waar alle verenigingen zo’n hekel aan hebben: dankzij hun bescheten gejammer krijgen mensen zo’n negatief beeld van verenigingen.

    Kleutertje.

  29. Hoho Bertje, niet zo hard van stapel lopen.
    Ten eerste: kampbeul ben ik niet. Ook nooit geweest. Ik word niet geil van FEUT roepen, behalve dan wanneer dat is op zeikblogjes van mensen die alleen kennis maken met de wereld via internet en hippebrildragende twitteraars.

    En ik jammer niet om eigenwaarde. Dat doe jij en het hele keur aan mensen die vinden dat je eigenwaarde zo belangrijk is dat je je niet zou moeten laten ontgroenen. Maar ondertussen wel lekker rondstruinen op je Twittershizzle-evenementje. Over eigenwaarde gesproken.

    En tot slot die beschetenheid. Ik gedraag me niet arrogant, ik veroordeel mensen ook niet die er voor kiezen geen lid te worden. Dit in tegenstelling tot het leger roeptoeters dat onder aanvoering van zelfbenoemd internetkoning Bert I al weer klaar staat om het fort van de leden verbaal te bombarderen. Het roepen dat lid worden triest is getuigt van een bevoogdend toontje dat me nog het meest doet denken aan de door u zo geliefde Fransisco van Jole.

    Kortom, stop met huilen en begin in te zien dat lid worden gewoon mooi is en verder niets. Je wordt niet geindoctrineerd, gehersenspoeld en gemarteld. Het valt allemaal best wel mee. In feite zijn het best aardige jongens, alleen soms een beetje vervelend. Net als jij.

  30. “… begin in te zien dat lid worden gewoon mooi is en verder niets.” Als je dat echt denkt dan zou ik graag het moment meemaken dat ze jou droppen in bijvoorbeeld “de maatschappij”, jou gemarteld zien worden door het louter alleen al moeten communiceren met authentieke mensen…

    Overigens vind ik suave geen moeilijk woord. Nog geen acht jaar geleden kon je geen kroeg binnenlopen of ze draaiden die goedkope Elvis Crespo merengue, wat al die houterige studenten dan ook nog ‘Salsa’ noemden. Je werd ermee doodgegooid.

  31. LOL, Niek Kraut! Wat een held is die man.

    @Travone daSilva Leg dan eens uit waarom je in godsnaam eerst moet ontgroenen voordat je “iets van je studententijd kan maken”

  32. Hahaha Travone weet niet eens hoe je Francisco schrijft!!000!!

  33. @ Hellemokers:
    Ontgroenen biedt vele voordelen omdat het werkt als een filter. Ik zie het bij al die verenigingen elk jaar weer misgaan. Vol enthousiasme vormen ze een jaarclub of dispuut, maar na een jaar zijn ze vrijwel allemaal uit elkaar gevallen. Dat komt omdat iedereen tijdens de introductieweek zomaar even lid wordt, terwijl ze eigenlijk geen zin hebben in al dat gedoe. Al die ongeinteresseerden blijven buiten de muren van de corporale verenigingen. Hierdoor houd je een vereniging over die uit veel meer enthousiaste mensen bestaat, wat natuurlijk bevorderlijk is voor de sfeer.

  34. @travone Ik heb een uitstekende studietijd gehad, met vrienden die ik nu nog vaak zie. Normale mensen hebben daar geen vereniging voor nodig. En zeker geen corporale club.

  35. [...] week hield Brussen samen met culthelden Propria Cures een literaire avond. Hij las een column voor over een old time favorite: ontgroeningen. “Zo was er ene Niek Kraut (Carolus-fossiel, zie [...]

Sorry, the comment form is closed at this time.