Onderstaande column is een ingezonden reactie van rechtbankverslaggever en Groningse blote piemel-fetisjist Chros Klimp (137) op het eerder op Joop.nl (dat is een extreem linkse Vara-ledenwebsite) gepubliceerde stuk van ene Chris Klomp (bekend van “later meer…”).
Ik word altijd opstandig als ik een stokoude lichting journalisten hoor beweren dat ze niet alles mogen zeggen en niet alles mogen publiceren. En dat ze niet alleen achteraf gecorrigeerd wensen te worden door een rechter. “Je mag niet zomaar schrijven wat je wilt!” Dat klinkt natuurlijk erg jeukerig. En enorm babyboom. Je zou het ook een soort outdated uitoefenen van macht kunnen noemen. “Kijk mij eens belang hechten aan fascistoïde onzin”. Om vervolgens bij de minste of geringste weerstand dekking te zoeken achter de in Nederland inmiddels godzijdank niet meer heilige “normen en waarden”.
Vrijheden zijn alles waard, ook als je er geen “verantwoordelijkheid” (whatever that may be) voor neemt. Daarom heet het ook vrijheid.
Als journalist hecht ik belachelijk veel waarde aan het vrije woord. Dat wil dus zeggen dat je alles moet kunnen publiceren. Publiceren begint niet bij bij eigen verantwoordelijkheid maar bij vrijheid van meningsuiting. De verantwoordelijkheid om te checken of iets wel klopt geldt alleen voor feiten, niet voor meningen. Vooringenomenheid en partijdigheid zijn volstrekt legaal en logisch bij het publiceren van een eigen mening en vallen onder die prachtige vrijheid van meningsuiting. Stil staan bij de gevolgen van je publicatie kan, maar het hoeft niet. Vrijheid van meningsuiting is vrijheid van publiceren. Verplichten ergens stil bij te staan houdt censuur in stand. Zelfcensuur is tenslotte ook censuur.
We leven in een vrij land. Wat ik in het openbaar hoor, dat mag ik gebruiken. Dat betekent dat ik dat doe. Omdat ik naast de wet geen andere verantwoordelijkheid heb behalve mijn eigen morele keuzes. De verantwoordelijkheid om een ander waar nodig te beschermen tegen de willekeur van derden is niet mijn verantwoordelijkheid maar die van de wet.
De totaal machteloze Raad voor Journalistiek grossiert echter nog altijd in kadavers als deze:
“De journalistieke verantwoordelijkheid brengt met zich mee dat de persoonlijke levenssfeer van degene over wie wordt gepubliceerd, niet verder mag worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving nodig is… Er dient een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijke belang anderzijds (Bron: Raad voor de Journalistiek)”
Gelukkig maar dat dergelijke linkse ouwe poep alleen geldig is voor degenen die zich daar aan willen houden en geen algemene wet
is voor iedereen met een mening, wat drammerige, oud mediale cryptofascisten je ook willen doen geloven. In het wetboek van strafrecht staan de echte regels. Dat zijn de enige algemene wetten die er zijn in Nederland.
Natuurlijk. Ik ben van de nieuwe stempel. Het is de mode. Maar de serieuze journalistiek doet nog steeds elke dag aan zelfcensuur. En natuurlijk weet ik dat wat oud is, door het moderne ingehaald zal worden.
Een uitspraak als “De totale vrijheid voor de wolf is wat mij betreft nog altijd de doodsteek voor het schaap” is een pathetische draak die hooguit lachwekkend is voor demente bejaarden of dogmatische religieuzen. En uiteindelijk gaat het er niet om wat je wel of niet doet, maar wat je wel of niet mag van de wet.
Laat je niet voor de gek houden: er bestaan geen morele wetten die anderen zomaar even kunnen uitvaardigen. Er bestaan alleen wetten in wetboeken. De rest bepaal je helemaal zelf. Niemand kan van je eisen dat je je aan hun zelfbedachte morele wetten houdt. Nooit.
6 Responses to “Ingezonden column: Chros Klimp”
Sorry, the comment form is closed at this time.





“Er dient een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijke belang anderzijds”
En die afweging moet precies zo zij zoals wij die zouden maken want anders deugd die niet.
Aldus de Raad voor de Journalistiek
Schrijvert heeft natuurlijk helemaal gelijk als ie stelt dat er (v.w.b. wat je mag zeggen) uiteindelijk, alleen maar “”wetten in wetboeken”" daaraan grenzen stellen.
Maar hoe komen die wetten eigenlijk tot stand? Je zou kunnen zeggen dat wetten “”"gestolde opvattingen”" over maatschappelijke kwesties zijn, na publieke meningsvorming daarover.
{Tenzij je de idee aanhangt dat wetgeving “”van bovenaf”" over de onderdanen wordt uitgestort en die onderdanen bij dat proces van meningsvorming en totstandkoming van wetgeving feitelijk geen partij zijn. Daarbij is dan de wetgever bij wijze van natuurlijke ordening boven die onderdanen gesteld met aan top de koning o.i.d. Zo staat boven iedere Nl wet nog Wij…enz. bij de gratie gods (als plaatsvervanger ahw) ; maar dit terzijde.}
Moet ik de schrijver nu zo begrijpen dat het er bij het uiten van zn mening slechts om gaat uitdrukking te geven aan wat er in zijn persoon omgaat?
En zo ja, wat is het verschil van het uiten van die puur particuliere mening die dan dus slechts is bedoeld lucht te geven aan wat persoonlijk wordt beleefd, ten opzichte van het geluid dat (los van zn gebrekkige grammatica) bijvoorbeeld een aap maakt?
Als iedereen (slechts) vanuit dat persoonlijke gevoelde zn mening laat horen, leidt dat dan niet slechts tot kakafonie i.p.v. tot debat, publieke meningsvorming en stolling van opvattingen?
Komt dan niet uiteindelijk ook het proces van wetgeving zelf, tot stilstand?
Het uiten van meningen zonder de reflectie en in verbondenheid met waar men vandaan komt, waar men verblijft, met wie men verkeert en waar men naartoe wil, doet me denken aan alchemisten, die van elementen die niks met elkaar te maken hebben en willen hebben, toch goud dachten te smeden.
Het is vermakelijk en intrigerend om te zien, maar voor zover mij bekend, nooit iemand gelukt.
In principe blijf ik vinden dat je gelijk hebt: niemand – persoon noch organisatie – kan zo maar out of the blue absolutistisch iets van een ander eisen omdat hij of zij vindt dat het zo hoort – mits het in de wet is vastgelegd, maar wat ik hier toch een beetje mis, is dat uiteindelijk die waarden en normen waar je het over hebt vaak niet zozeer een kwestie zijn van wat één individu vindt, maar een continu veranderend onderdeel zijn van het sociale onderhandelingsspel binnen een groep – du moment dat je je in zo’n groep begeeft ben je deelnemer aan dat spel, of je dat nou wil of niet. Misschien kan slechts via de wet dwang toegepast worden, sociale druk is een uitermate legitiem middel, ook al leidt het niet altijd tot het beoogde resultaat.
Ze kunnen het niet eisen, maar niemand verbiedt ze het te vragen of om er met of desnoods tegen iemand over te praten. Je moet het je ook nog maar even kunnen permitteren om dat te negeren, praktisch, sociaal, financieel etc. etc. etc. Principieel heb je met dat ‘dat bepaal je helemaal zelf’ dus best wel heel erg gelijk enzo, maar in de praktijk valt dat vaak toch een tikkeltje tegen. Er zijn namelijk gelukkig slechts weinig mensen die hun oordeel over anderen louter en alleen baseren op de mate waarin die anderen zich aan wetten en regels houden, en niet zo heel veel mensen leven in een absoluut vacuum.
Het gaat er dus wel degelijk om wat je wel of niet doet, want daarop kan je sociaal keihard afgerekend worden door de mensen om je heen.
Het sneue aan types als Klomp is dat zij zichzelf als herder beschouwen die de schapen voor de wolven behoeden.
Hoe moeten we in het licht van dit artikel en in het huidige tijdsgewricht het credo van Voltaire bezien, kan dat in de prullebak?
Het credo van Voltaire: “Ik ben het niet met u eens, maar ik zal tot mijn laatste adem vechten voor uw recht om het te zeggen”
wetten, normen en waarden die de vrijheid van meningsuiting begrenzen worden door types als Chris Klomp misbruikt om hen onwelgevallige meningen verdacht te maken. Dat is net zo erg, zo niet erger, als (dan) het (beweerdelijk) misbruiken van de vrijheid van meningsuiting.