Joep Smaling

 

Door Joep Smaling – Van alle dingen die we konden doen besloten we te gaan zoeken naar flarden van de jongen die zich enkele dagen eerder had laten doodrijden door de intercity naar Utrecht. Op school sprak iedereen erover. Het was een oud-leerling, zeiden sommigen, en hij kreeg vele namen. Ik dacht dat er vast nog wel stukken lagen. Het lichaam van de jongen moest in zoveel repen en slierten zijn uiteengereten dat ze nooit alles hadden kunnen vinden. Er was heus nog wel ergens een nagel of een tand, een teen of stuk kaak te vinden. Rondom het spoor lagen verwaarloosde grasvelden met kale plekken als de pels van een ziek dier. Velden waar niets mee gedaan wordt, nooit, want ongeschikt voor bewoning, voor landbouw, slechts een buffer rondom het spoor. Ik vond het destijds een veelzeggend decor, wat achteraf gezien onzin is. Alle ruimte is even geschikt. Overal kon er zijn gestorven, was er waarschijnlijk gestorven en zou gestorven worden. Daar konden de geluiden en de auto’s en de reclames en al het geschreeuw en geblaat van duizenden mensen niets aan veranderen. Lees verder op DeJaap >>>

jan 072012
 

Door Joep Smaling – Op die leeftijd waren de meeste jongens bang voor het onverklaarbare, het bovennatuurlijke. Dat was ik ook, maar het meest vreeswekkende was niet mijn fantasie: het liep gewoon rond in de wijk waar ik opgroeide en was mens. Een monsterlijk mens weliswaar, maar toch gewoon van vlees en bloed. Het mens had een broertje dat ik regelmatig zag, waarmee ik min of meer optrok. Hij was jonger, aanspreekbaar en op een bepaalde manier zelfs aardig, maar die sympathieke kant van zijn persoonlijkheid sprak hij alleen aan als middel, als er iets moest worden uitgehaald, het liefst iets sadistisch, waarbij hulp nodig was. Ik heb hem nooit geholpen. Wel moest ik erbij zijn, taferelen bekijken die niet om te lachen waren, maar waarover hij maar bleef grappen en grijnzen. Hoe vervelend ook, mijn aanwezigheid was noodzakelijk. Het diende een doel. Hij was geen geschikt persoon om ruzie mee te krijgen. Ruzies op die leeftijd stelden in bijna alle gevallen niet zoveel voor: het eindigde meestal in halfslachtig geworstel, een zwakke trap en eventueel een fluim op iemands jas, maar als je met het broertje ruzie kreeg, kon het erg slecht aflopen. Hij had al eens iemands achterhoofd ingeslagen met een baksteen omdat diegene weigerde excuses te maken voor iets onbenulligs. De reden dat het broertje niet was opgepakt en in een gesticht voor jeugdige psychopaten werd geplaatst, bleef een mysterie. En uiteraard was er meer: de stank van brandende katten in de wijk, de resten van opgeblazen eenden in een naburige sloot en niet in de laatste plaats de indruk van zijn absurd grote geslachtsdeel op mijn netvlies; een orgaan dat hij veelvuldig tevoorschijn haalde, waar hij mee slingerde alsof het een wapen was. Waarom ik dan toch in zijn nabijheid wilde verkeren? Alleen zodat hij me kon beschermen tegen zijn oudere broer, mocht dat ooit nodig zijn; waar zelfs hij, en volgens zeggen ook de politie, bang voor was; de laatste persoon die je wilde tegenkomen in de kronkelige steegjes van de wijk waar ik toen woonde. Lees verder op DeJaap >>>

 

Door Joep Smaling – Elke vrijdag bespreekt Joep Smaling voor DeJaap.nl een controversiële film van een regisseur die geweld en ander expliciet realisme niet schuwt. Het is een verkenning van extreme cinema vlak voor en na de millenniumwisseling. Wat willen deze regisseurs die de scalpel hanteren en hun kijker eerder opzadelen met een gevoel van onbehagen dan een fijne filmervaring? Is het simpel effectbejag of zijn hun intenties anders van aard? Het wordt een tienluik dat begint met Funny Games (Haneke, 1997/2007)). Hierna volgen Carne/ Seul Contre Tous (Noe, 1998) The War Zone (Roth, 1999), Baise Moi (Despentes, 2000), Irreversible (Noe, 2002), Twentynine Palms (Dumont, 2003), The Great Ecstasy of Robert Carmichael (Clay, 2005), Martyrs (Laugier, 2008), Srpski Film (Spasojevic, 2010). De films van illustere grootheden als Michael Haneke, Gaspar Noe en Von Trier worden of de hemel in geprezen of uitgekotst. Hoe meer expliciet geweld ze bevatten, hoe harder het boe-geroep op een festival als Cannes. Deze drie regisseurs, de meer gevestigde namen van een uitzonderlijke groep die zelden concessies doet, stappen met elke film wel op de tenen van een of andere criticus, festival of kijkersgroep. Niet omdat de films slecht zijn, maar omdat ze (te) expliciet zijn en het grove geweld niet schuwen. De films die ze maken – of bepaalde gewraakte scenes – zijn bijvoorbeeld niet overduidelijk politiek-correct of vol van kunstige subtiliteit. Ze zijn ‘te’ gewelddadig en ambigue en al snel volgt het oordeel dat ze daarom geweld zouden ‘verheerlijken’. Lees verder op DeJaap >>>

 

Door Joep Smaling – Het is een voldongen feit. De Nederlandse rechtspraak is nu definitief, zonder twijfel en in absolute universele zin een farce, een absurde derivatie. Mocht u iemand ooit nog horen zeggen dat het recht zal geschieden, dan misstaat het u niet om waanzinnig geworden van zoveel lulkoek ter aarde te storten in een eeuwigdurende lachstuip. Daarna mag u gaan wenen, de bitterste tranen, om wat die rechtspraak de getroffenen aandoet. Benno Larue, de uiterst productieve Bossche zwembadpedofiel, heeft zes jaar celstraf opgelegd gekregen. Zes jaar, uiteraard mét aftrek van voorarrest, voor het seksueel misbruiken én exploiteren van de aller-, allerkwetsbaarsten in onze samenleving: verstandelijk gehandicapte kinderen. Lees verder op DeJaap >>>

 

Door Joep Smaling – Met Bittere Bloemen trekt Jeroen Brouwers alle stijlregisters open. De schrijver die toch al zo bekend staat om zijn bloemrijke taalgebruik, blijkt zijn woordenarsenaal nog verder te hebben uitgebreid. Het relaas van de hopeloos verliefde maar broze oud-rechter, ex-politicus en schrijver Julius Hammer is opgetekend in zinnen die de Nederlandse taal tot in de verste uithoeken verkennen en oprekken. De oude Brouwers toont zijn literaire overwicht met zoveel swung dat hij soms uit de bocht vliegt. De magistraat in ruste Julius Hammer is oud, versleten en wankel. Hij veracht niet alleen zichzelf maar ook zijn omgeving. Voor de moderniteit, die hij niet kan en wil bijbenen, heeft hij geen goed woord over. Tegen zijn zin in heeft zijn dochter hem geparkeerd op een cruiseschip dat de Middellandse Zee bevaart, waar hij omgeven is door het gekrijs en gebrul van vakantievierend plebs. Daar geeft hij zich over aan bespiegelingen over de ouderdom, de dood en zijn plaats in de wereld. Verrassing: zijn oud-studente Pearlene, waarop Hammer jarenlang heimelijk verliefd is geweest, blijkt aan boord te werken. Voor de laatste keer ontstaat er wat beweging in zijn leven. Nog een keer jaagt Hammer een illusie na. Hij zoekt het onbereikbare met in zijn mond een nare smaak; ‘de wrangheid van een heel leven dat uiteindelijk is tegengevallen.’ Lees verder op DeJaap >>>

 

Het boekenweekgeschenk van dit jaar, Kader Abdolahs De Kraai, wordt vrijwel unaniem bezeken door de literaire kritiek. Recensenten als Jeroen Vullings en Arjan Peters hebben problemen met de stijl, vormelementen of de (on)geloofwaardigheid van het geschetste ‘multicultisprookje’. De meeste kritiek is onterecht. Vorm en inhoud hangen nauw samen en een weeïg sprookje is het evenmin. Daarvoor schuurt er te veel. De Kraai is het verhaal van de Perzische vluchteling Refiq Foad die onderdak vindt in Nederland en daar handelaar wordt in afgekeurde koffie. Hij doet dat laatste puur voor het geld, want hij beschouwt zichzelf als schrijver. Hij wil het land waar hij per toeval terechtgekomen is – mensensmokkelaars rekenden het laagste tarief voor bestemming Nederland – leren kennen via de taal en literatuur. Foad is geen cynisch personage. Hij vindt veel mooi, prachtig en fantastisch, raakt in vervoering van een bos wapperend haar en wordt extatisch van een simpele handaanraking. Alleen de politieke situatie in Iran kan hij niet uitstaan. De sjah, later de geestelijke revolutionairen; hun politieke belangen zijn onverenigbaar met Foads communistische wereldbeeld. Hij vertrekt. Lees verder op DeJaap >>>

 

Door Joep Smaling – ‘Jaren geleden woonde ik in een verwaarloosd huis in het hart van een dennenbos, omringd door stilte die grensde aan absoluutheid [...].’ Jeroen Brouwers opent zijn grote roman De Zondvloed met deze zin, en verwijst ernaar in het recentere ‘oerboek’ In het midden van de reis door mijn leven. Niet alleen veel van zijn personages, maar ook Brouwers zelf woonde in ‘stiltegebieden’ als Exel en Rijmenam. Thans is hij gevestigd in het Vlaamse gehucht Zutendaal. Daar is hij omringd door de geesten van schrijvers-zelfmoordenaars waarmee hij zich solidair voelt. Daar drinkt hij ‘sloten jenever’ om de altijddurende angst te bezweren. Daar is hij weg van de mensen die in het gunstigste geval weerzin bij hem oproepen. Zijn boodschap: Raak me niet aan. Blijf weg van mij. Maar het allerbelangrijkste: daar schrijft hij aan een groot oeuvre. Er zijn maar weinig kunstenaars zo gecommitteerd aan het kunstenaarschap als hij, Jeroen Brouwers: schrijver. Hij is zijn schrijven en de totaliteit van zijn grootse oeuvre. Na het overlijden van Mulisch rees de vraag: wie is de grootste nog levende schrijver van Nederland? Arnon Grunberg? Nee. Jeroen Brouwers. Met voorsprong. Continue reading »

 

De gebroeders Coen zijn misschien wel de meest interessante filmmakers van dit moment. Geen slecht idee dus van de Volkskrant om een Complete Collection uit te brengen. Al is de titel ‘complete’ wat voorbarig, gezien de productiviteit van het eigenzinnige duo. De nieuwe film True Grit ligt al klaar en ontbreekt uiteraard. Voor de filmliefhebber is de actie in ieder geval reden genoeg om iedere zaterdag de bon uit de Volkskrant te scheuren en voor vijf euro per stuk de collectie van maarliefst veertien titels te verzamelen. De verzameling omspant de eerste 25 jaar in de carrière van Joel en Ethan Coen: van Blood Simple (1985) tot A Serious Man (2009), en opent met de hilarische cultfilm The Big Lebowski uit 1998. Leuk hoor, zo’n actie, maar loont het de moeite nader kennis te maken met het werk van de broers? Jazeker. Het mooie aan de Coen-films is dat bijna elke film een navolging is van een bepaald genre. The Man Who Wasn’t There is een tpysche film-noir, No Country For Old Men een klassieke achtervolgingsfilm en Burn After Reading een spionagethriller. De regisseurs volgen de cliche’s na tot in het kleinste detail: van camerawerk tot filmmuziek, alles is identiek aan de klassiekers uit de genres. Als ze het daarbij zouden laten zou hun werk niet zo veelbesproken zijn. Gelukkig doen ze dat niet. Er is een bepaalde Coen-eigenheid die de films briljant maakt. Lees verder op DeJaap >>>

jan 132011
 

De tweede film van Anton Corbijn, The American, is ongrijpbaar. Het is een thriller met een nogal middelmatig verhaal, uitgewerkt als trage arthouse-film. Als thriller is de film niet geslaagd, als drama ook niet. En dat is jammer. Van een kunstenaar als Anton Corbijn zou je meer mogen verwachten. Het script van The American is gebaseerd op de roman A Very Private Gentleman van Martin Booth. Voor een moeilijk verhaal heeft Corbijn dus niet gekozen. Sterker nog, hij schuwt het clich niet eens. Een huurmoordenaar (George Clooney) die door het leven gaat onder verschillende namen, wil uit het wereldje stappen. Natuurlijk gaat dit niet zonder slag of stoot want hij wordt opgejaagd. Niet alleen door een stel Zweden, maar evengoed door zijn eigen opdrachtgever die hem in Italië heeft gestationeerd voor een belangrijke klus. Uiteraard leert hij daar een beeldschone vrouw kennen die het vaarwel zeggen van zijn oude vak allemaal nog meer de moeite waard maakt, maar die tegelijkertijd zijn kwetsbaarheid vergroot. Een moderne thriller dus, die maar weinig gemeen heeft met Corbijns debuut Control, een biopic over de ondergang van zanger Ian Curtis van de Britse cultband Joy Division. De personages in The American zijn, in tegenstelling tot zijn debuut, nauwelijks serieus te nemen: het zijn James Bond-achtige figuren, zoals het personage van Thekla Reuten, die een mooie maar dodelijke huurmoordenaar speelt waar Clooney zaken mee moet doen. Zij en ook Clooney’s nieuwe liefde, een afvallige prostituee, hebben geen enkele diepgang, en dat is niet veel. Lees verder op DeJaap >>>

dec 162010
 

Door Joep Smaling – Van Enter the Void krijg je als kijker hetzelfde nare gevoel als bij Noe’s voorgaande films, maar toch is deze productie verrassend anders. Enter The Void is namelijk een lange psychedelische ervaring die heel wat geduld vergt van de kijker. Het perspectief is in de eerste persoon – vergelijkbaar met de cameravoering in Prodigy’s clip Smack My Bitch Up – en dat die eerste persoon al na twintig minuten sterft verandert daar niets aan. We volgen Oscar en Linda, broer en zus die een innige band met elkaar hebben opgebouwd nadat hun ouders zijn verongelukt. Oscar woont in Tokio en heeft daar een lucratief handeltje in geestverruimende drugs zoals mdma, en dmt (een drug die dezelfde ervaring teweeg zou brengen die mensen hebben vlak voor ze sterven.) Hij laat Linda overkomen die vervolgens gaat werken als stripteasedanseres. De film begint pas echt op het moment dat Oscar word doodgeschoten in een smerig toilet in nachtclub The Void. Hierna volgt het verhaal de grote lijnen van het Tibetaanse Dodenboek. Oscar ‘zweeft’ gedurende de hele film over Tokio en volgt het deprimerende bestaan van zijn zus na zijn dood, zonder dat enige vorm van communicaie of ingrijpen mogelijk is. De film zit zo bomvol psychedelische effecten en naargeestige sfeermuziek (van onder andere Coil) dat epileptici Enter the Void maar beter kunnen overslaan. Veel filmmakers hebben geprobeerd de hallucinaties door tripmiddelen in beeld te vangen, maar Noe is de enige die daarin is geslaagd. Het is een krachttoer van grafische effecten en het is dan ook niet verwonderlijk dat Enter the Void nog lang niet af was toen hij werd vertoon in Cannes. Het enige minpunt is dat de film na een tijd meer vorm dan inhoud is, en dat die vorm weliswaar prachtig is, maar na verloop van tijd alles overschaduwt. Wat blijft is de sfeer, waarin dood en erotiek een duister verbond hebben gesloten.

Lees verder op DeJaap >>>

 

“Het feit dat ik doodga, moet eerst nog bewezen worden.”

De Nederlandse schrijver Harry Mulisch is dood. Van de Grote Drie was hij de minste. Hij won nooit de Nobelprijs voor Literatuur. Wel deed hij erg zijn best.

Joep Smaling

CC-Foto: Jan Zandbergen

 

Door Joep Smaling - Beste Theo, vriend, eminent christen en toegewijde exegeet, ik zal maar meteen met de deur in huis vallen: ik word een beetje moe van het atheïsme, de levensovertuiging waartoe ik veroordeeld lijk. Elke ochtend sta ik op voor een wereld geboren uit toeval en chaos, waarin dingen gebeuren die niet rechtvaardig zijn maar toch gebeuren omdat het nou eenmaal kan. Ik zoek al tijden naar een mooi verhaal, een constructie die ik op kan leggen aan de wereld waardoor zij zinvol en rechtvaardig lijkt, maar mijn verstand laat het niet toe. Misschien uit verveling, misschien uit masochisme, heb ik de Bijbel maar weer eens opgepakt. De keurige Statenvertaling natuurlijk, niet dat nieuwere, populaire gedrocht. Ik wil geloven, beste geleerde, maar het lukt me niet. Al na enkele zinnen Bijbeltekst word ik opstandig en krijg ik de behoefte het boek der boeken in een hoek te smijten. Nu, ik wil mijn bezwaren graag aan u voorleggen, maar omdat het er zoveel zijn lijkt het mij het beste ze per thema te behandelen. In deze brief zal ik me beperken tot de inhoud en, om ook onze Joodse vrienden een plezier te doen, richt ik me op het Oude Testament…

Volg de briefwisseling tussen theoloog Theo Zijderveld en atheist Joep Smaling op DeJaap.nl >>>

 

ZWIJG!

Door Joep Smaling – Perez Hilton heeft op Twitter (@PerezHilton) bijna anderhalf miljoen volgelingen en hij claimt dat zijn website per etmaal 9 miljoen unieke bezoekers trekt. De openlijke bewondering voor Lavandeira is een symptoom. Hij en de mensen die zich achter hem scharen vertegenwoordigen de stem van een generatie die zichzelf heeft doodverklaard. Wij zijn reuze oppervlakkig, we weten het, en we genieten ervan. Wij ambiëren niks, zeker niets wat er toe doet, alleen de oppervlakkigheden van het sterrendom kunnen ons bekoren. Het is een weerklank van het cynisme dat weet dat uiteindelijk niets er toe doet. De enige misstand die deze generatie raakt is niet de verhongering van armen of de zelfmoordaanslagen in Irak, maar Britney Spears die gestoord doet, of het pluizige hondje van Paris Hilton. Collectieve verontwaardiging is er voor modeflaters, niet voor morele flaters. Het verbaast niet dat Perez een geflopt acteur is die gif spuit vanaf de zijlijn, uitlachend en uitvergrotend, allemaal vanuit de pijn dat hij, Queen Gossip, niet met zijn modderige, weke welvaartslijfje de aandacht krijgt die hem – naar eigen zeggen – toekomt.

Lees verder op DeJaap >>>

dec 032009
 

Door Joep Smaling – ‘Waarom luisteren jullie naar mij? Ken ik jullie, kennen jullie mij?’ Het zijn de openingswoorden van Boris Yelnikoff (gespeeld door Larry David) in Woody Allens tweeënveertigste film Whatever Works. Hij richt zich met die woorden rechtstreeks tot het publiek, de kijkers, de mensen in de bioscoop die popcorn eten. Een terechte vraag. Waarom luisteren we naar hem? Yelnikoff is een Allen personage pur sang: cynisch, welbespraakt en hyperneurotisch. Deze vijftigjarige Nobelprijskandidaat heeft zich na een carrière als fysicus teruggetrokken uit de wereld van de academia. Hij is een zelfverklaard genie, omringd door idioten en mentale dwergen. Er is niemand die zijn intellect kan evenaren. Hij loopt mank dankzij een gefaalde zelfmoordpoging, want het zonnetje in huis is hij niet. Hij haat het leven, de verschrikkelijke domheid van het menselijke ras die maar al te vaak leidt tot ontstellende wreedheid. Nee, Yelnikoff is allesbehalve een man van illusies. Het enige wat er toe doet is een beetje tevreden raken in deze ‘cruel dog-eat-dog pointless black chaos’ die het leven is. Met welk middel dan ook: ‘whatever works’ dus.

Lees verder op DeJaap >>>

 

Echt gebeurd 6000 jaar geleden!

Door Joep Smaling – Een film die nog dagenlang blijft hangen, daar worden er niet veel meer van gemaakt. Een belangrijke reden daarvoor is uiteraard de commercie en behaagzieke regisseurs die flinterdunne verhaaltjes regisseren die allesbehalve verontrustend zijn. Dit laatste is zeker niet het geval met Antichrist van Lars von Trier. Het is een productie vol symboliek in de shocktraditie van Gaspard Noe (Irreversible, Enter the Void) en Bruno Dumont (Twentynine Palms, Flanders). Tel daar een nachtmerrieachtige sfeer bij op waar zelfs David Lynch nog een puntje kan zuigen en ziedaar: een film om niet snel te vergeten. In de hoofdrollen schitteren een naamloze man (Willem Dafoe) en vrouw (Charlotte Gainsbourg, dochter van), die onder Von Trier geen gemakkelijke tijd zullen hebben gehad. Ze zetten een stel neer dat de dood van hun zoontje aan het verwerken is. Omdat zij volgens de doktoren een atypisch rouwpatroon vertoont, inclusief hevige paniekaanvallen, besluit manlief en psycholoog haar te onderwerpen aan de meest voor de hand liggende methode: exposure.

Lees verder op DeJaap >>>

 

Nick Cave in 1986

CC-foto: Yves Lorson

De inmiddels 52-jarige Australiër Nick Cave staat vooral bekend als eigenzinnige singer-songwriter. Samen met The Bad Seeds produceert hij al vijfentwintig jaar platen, meestal donker en melancholiek, soms ruig en onheilspellend. Dat Cave kan schrijven, blijkt al decennia uit zijn songteksten, waarin vooral teleurgestelde verschoppelingen en gekwetste romantici een hoofdrol spelen. In 1989 waagde hij zich aan zijn eerste roman And the ass saw the angel. Ook schreef hij het script voor de film The Proposition van John Hillcoat. Naast wat gebundelde songteksten (King Ink I en II), en hier en daar een commentaar of voorwoord, is er geen proza meer van zijn hand verschenen. Tot nu. Werd zijn vorige romanwereld nog bevolkt door hilbilly’s, mismaakten en drankzuchtige zonderlingen in het donkere zuiden van de VS, met De dood van Bunny Munro is Cave terug in de hedendaagse consumptiemaatschappij. De protagonist uit de titel is een alcoholistische cosmetica-colporteur uit het Engelse Brighton (waar Cave ook woont) die maar een doel heeft: het opsporen van gewillige kutjes en ze neuken.

Lees verder op DeJaap >>>

 

De grote 1

CC-foto: Mariusz Kubik

De meute is bang en zwak

Het is een mooie vondst geweest van de Franse uitgeverijen Flammarion en Gasset om gezamenlijk een brievenbundel uit te geven van hun meest gehate auteurs, die zichzelf voor deze gelegenheid hebben gebombardeerd tot de ennemis publics van Frankrijk. Niet alleen omdat het figuren zijn die het publieke debat domineren, maar tevens omdat ze veelal het mikpunt zijn van dat debat. Aan de ene kant is daar de geëngageerde beroepsfilosoof en journalist Bernard- Henri Lévy, die de wereld afreist op zoek naar verhalen van slachtoffers van ‘vergeten oorlogen’, misstanden en genociden. Deze zeer belezen, eloquente ‘vijand’ wordt door half intellectueel Frankrijk uitgekotst vanwege zijn vermeende narcisme, waarbij hij slachtoffers alleen zou gebruiken ter meerdere eer en glorie van zichzelf.

Continue reading »

sep 022009
 

Met De Joop is er geen hoop!

Er zijn veel verschillende soorten wanhopigen in deze wereld. Sommigen ondernemen acties die op z’n zachts gezegd ‘onconventioneel’ zijn. Bij deze acties komt altijd naaktheid kijken. Een verband dat sterker is dan genialiteit en gekte is misschien wel het verband tussen gekte en naaktheid. Alsof de wanhopige, in een poging volledig te breken met de maatschappij (waar hij of zij wonderwel in slaagt, de maatschappij tolereert publieke naaktheid nog minder dan zij pedofielen tolereert) – als eerste ingeving krijgt de kleren van zijn lijf te rukken. Details die herinneren aan de voormalige gekleedheid blijven bestaan.

Continue reading »

 

Goor, vlak voor zijn wegtrekkertje

CC-foto: Faceme

Het is wat met Gordon, de man die samen met Gerard Joling valse nichterigheid heeft verheven tot cultstatus. De ongekroonde koning van de kutmuziek verlangt nu naar zijn kroontje. In het tijdschrift Miljonair vergelijkt hij zichzelf daarom maar met niemand minder dan Michael Jackson. Gordon vreest, evenals Jackson, te sterven door medicijngebruik. Zo was hij laatst nog korte tijd opgenomen in het AMC vanwege een vergiftiging met poppers. “Het goedje lekte werkelijk uit alle gaten,” aldus de volkszanger. “Geen spier in mijn lichaam had ik nog onder controle, laat staan die van de achterdeur HAHAHA.” Er zijn meer parallellen, vertelt Gordon. Zoals Jackson “uitvinder” is van de moonwalk (althans, dat denk men), is Cornelis uitvinder van wat in homokringen bekend staat als de ‘roze pompoen’: een methode waarbij rectaal plompzakken wordt geïntensiveerd door gebruik te maken van de middelpuntvliedende kracht. Inspiratie voor deze liefdesdaad deed hij op toen hij nog werkzaam was als marktkoopman. Bolle Corneel gaat verder: “Ik heb Jackson ooit ontmoet in Neverland, we zaten samen in zijn lievelingscarrousel. HAHAHA. Hij vertelde me dat ik de enige artiest was in Europa die op zijn niet aflatende belangstelling kon rekenen. Hij heeft erg veel van me geleerd, gaf hij toe. En niet alleen op muzikaal gebied. HAHAHA.”

Continue reading »

 

Lieve linkerborst van Hind Laroussi,

Gisteravond zag ik je, heel eventjes maar, een halve seconde, maar je hebt m’n treurige dag goedgemaakt. Je eigenaresse heeft je lang genoeg weggestopt; je ervan weerhouden te schitteren op de bühne zoals zijzelf wel deed. Na een blik van je te hebben opgevangen weet ik het zeker: ook jij verdient het om in de spotlights te hangen. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe dankbaar ik je ben dat je je hebt weten te ontworstelen aan het hippe modedingetje waarin je werd gekooid. Leve de wardrobe-malfunction! Helaas stopte je eigenaresse je al snel weer terug, met een boze en geërgerde blik, alsof zij niet een groot gedeelte van haar succes aan jou heeft te danken!

Continue reading »