“ Bij citeren uit de mond van een geïnterviewde of uit een twitterbericht mag men een journalist niet ophangen aan de uitlatingen van zijn zegsman. Dat is al tien jaar geleden door het Europese Mensenrechtenhof gezegd. Een journalist moet zonder vrees voor vervolging de bouwstenen voor het publieke debat kunnen aandragen. Van belang hierbij kan zijn of de journalist voldoende afstand heeft betracht of dat hij zich de uitlatingen eigen heeft gemaakt. In dat laatste geval kan hij ook zelf ter verantwoording worden geroepen. Dat betekent overigens niet dat de journalist bij elke zinsnede met grote letters ‘Hier ben ik het niet mee eens’ moet laten horen. Het is voldoende als de afstand uit de context blijkt. Waardeoordelen in het algemeen en ironie en satire in het bijzonder genieten grote vrijheid. Het staat eenieder vrij de vorm te kiezen die hij meent dat zijn boodschap het beste overbrengt. Ironie en satire zijn vormen van maatschappelijk commentaar. Ze kenmerken zich door overdrijving en uitvergroting en willen provoceren. Maar ook satire en ironie staan niet buiten de wet. Het satirische karakter moet uiteraard wel duidelijk zijn. Zeker in ernstige zaken als waar het hier om gaat, moet het er duimendik bovenop liggen. De oorspronkelijke, door Brussen geciteerde tweet, schijnt het ook al ironisch bedoeld te hebben wat Brussen zelf kennelijk niet begrepen heeft. In Frankrijk werd een tekenaar veroordeeld voor een cartoon die hij publiceerde enkele dagen na 9/11. Volgens de tekenaar werd het Amerikaanse imperialisme aan de kaak gesteld. Volgens de Franse rechter zou de cartoon terrorisme verheerlijken. En de veroordeling was volgens het Europese Hof niet in strijd met de vrijheid van meningsuiting.
Het lijkt er op dat nog lang niet alle pijprokers in ruitenbroek van NRC Handelsblad even postuum hun zegje hebben gedaan over Brussen-gate. Deze keer een uitgebreid opiniestuk van Gerard Schuijt (109), oud hoogleraar Mediarecht. Keurig stukkie hoor van Schuijt, daar niet van, maar ronduit hinderlijk is het feit dat hij nu bij voorbaat al voorbijgaat aan het feit dat niet IK maar iemand anders Wilders bedreigde. En daar hoor je ze dan niet over bij NRC. Vreemd. De vergelijking met de cartoonist in Frankrijk slaat dus nergens op, omdat de cartoonist in kwestie zélf de tekening produceerde, maar ik niet zelf de bedreigtweet. Ook storend is de zin: “De oorspronkelijke, door Brussen geciteerde tweet, schijnt het ook al ironisch bedoeld te hebben” (hee, nu is er ineens wel een originele tweet van iemand anders?). Dat heeft Schuijt zomaar zonder mitsen en maren aangenomen van propagandist Paul Steenhuis (BEDANKT PAUL STEENHUIS) die dat gisteren uitgebreid en zonder enige verdere objectiviteit, of ironie, kwijt mocht op de achterpagina van NRC Handelsblad (kennelijk is die objectieve kwaliteitscourant ineens een soort weblog als het de heren en dames elite zo uitkomt; iemand afzeiken? Hier heb je onze achterpagina! “Ik denk zelf” my ass…). De conclusie is te walgelijk voor woorden: de oorspronkelijke dreigtweetschrijver, die tweete zonder überhaupt enige context, is reeds vrijgesproken door de hoeders der democratie in NRC-land, Bert Brussen die een dreigtweet citeerde op een weblog dat op zich al meer context biedt (sowieso meer dan een stand alone tweet) “moet nog maar afwachten of hij wel voldoende context heeft geboden”. Want ja, Bert Brussen is van “Telegraaf-site Geenstijl” (BEDANKT PAUL STEENHUIS) en de originele bedreiger “een ironische jongen die leuke dingen met integratie doet”. Godverdomme, met zulke fijne hoeders der democratie hebben we toch eigenlijk geen rechters meer nodig in deze “recht”staat?
Continue reading »
Recente reacties