De gebroeders Coen zijn misschien wel de meest interessante filmmakers van dit moment. Geen slecht idee dus van de Volkskrant om een Complete Collection uit te brengen. Al is de titel ‘complete’ wat voorbarig, gezien de productiviteit van het eigenzinnige duo. De nieuwe film True Grit ligt al klaar en ontbreekt uiteraard. Voor de filmliefhebber is de actie in ieder geval reden genoeg om iedere zaterdag de bon uit de Volkskrant te scheuren en voor vijf euro per stuk de collectie van maarliefst veertien titels te verzamelen. De verzameling omspant de eerste 25 jaar in de carrière van Joel en Ethan Coen: van Blood Simple (1985) tot A Serious Man (2009), en opent met de hilarische cultfilm The Big Lebowski uit 1998. Leuk hoor, zo’n actie, maar loont het de moeite nader kennis te maken met het werk van de broers? Jazeker. Het mooie aan de Coen-films is dat bijna elke film een navolging is van een bepaald genre. The Man Who Wasn’t There is een tpysche film-noir, No Country For Old Men een klassieke achtervolgingsfilm en Burn After Reading een spionagethriller. De regisseurs volgen de cliche’s na tot in het kleinste detail: van camerawerk tot filmmuziek, alles is identiek aan de klassiekers uit de genres. Als ze het daarbij zouden laten zou hun werk niet zo veelbesproken zijn. Gelukkig doen ze dat niet. Er is een bepaalde Coen-eigenheid die de films briljant maakt. Lees verder op DeJaap >>>
“Ik ben op een missie, ik twijfel niet.” Was getekend, Fleur Agema, kopstuk van de Partij Voor de Vrijheid. Agema tekende ook voor 24 uur eenzame opsluiting met Wilfried de Jong in zijn prima interviewprogramma 24 uur met. Of Agema daar lang over heeft moeten nadenken of daar over heeft moeten discussieren met Geert Wilders is onbekend, maar een verstandige beslissing was het wel. Niets kan een PVV-politicus zoveel goed doen als 24 uur voor de “linkse hobbyzender” Vpro met Wilfried de Jong opgesloten te zitten. In electoraal opzicht dan. Want bij de persoon Fleur Agema viel ook voor Wilfried de Jong, die doorgaans moeiteloos navigeert door de mist over de stille wateren en diepe gronden van de menselijke ziel, weinig te halen. Agema is ronduit saai. Een behoudende en gereserveerde grijze muis, maar zonder dat zulks een belediging is. Zelf zegt ze tegen De Jong: “Ik ben wat dat betreft gewoon heel ouderwets. Het grootste misverstand over mij is ook dat ik een wildebras zou zijn in seksueel opzicht, of dat ik het met Geert zou doen. Ik heb drie jaar lang alleen geslapen!”. Lees verder op DeJaap >>>
Het gaat niet zo goed met de MaDiWoDoVrijdag-show van Paul de Leeuw. Dat is zacht uitgedrukt. Al maanden blijft het programma steken op een schamel kijkcijferaantal, minder nog dan nieuwkomer Pownews dat direct na Paul de Leeuw staat geprogrammeerd. En al die maanden vraagt men zich koortsachtig af waar het aan ligt. Paul de Leeuw het gigatalent en niet scoren, dat is als Boer Zoekt Vrouw uitzenden en toch maar 15.000 kijkers trekken. Afgelopen maandag werd een poging gedaan het zinkende schip van Paul de Leeuw leeg te pompen. Met in het achterhoofd de gedachte dat de teleurstellende kijkcijfers aan het format liggen, en niet aan een dagelijkse overdosis Paul de Leeuw zelf op een onmogelijk tijdstip op een van nature slecht bekeken zender, werd de formule van de MaDiWoDo-show radicaal veranderd. Alle truttigheid werd er uit gesloopt (weg keukentafel met sidekick), de sidekick in kwestie (Filemon Wesselink) werd op reportage naar het studentenprotest in Utrecht gestuurd en De Leeuw zelf probeerde zijn reflexen te herkennen: meer grappen, meer interactie met het publiek, meer denken aan de gloriejaren van Schreeuw van De Leeuw. Continue reading »
De tweede film van Anton Corbijn, The American, is ongrijpbaar. Het is een thriller met een nogal middelmatig verhaal, uitgewerkt als trage arthouse-film. Als thriller is de film niet geslaagd, als drama ook niet. En dat is jammer. Van een kunstenaar als Anton Corbijn zou je meer mogen verwachten. Het script van The American is gebaseerd op de roman A Very Private Gentleman van Martin Booth. Voor een moeilijk verhaal heeft Corbijn dus niet gekozen. Sterker nog, hij schuwt het clich niet eens. Een huurmoordenaar (George Clooney) die door het leven gaat onder verschillende namen, wil uit het wereldje stappen. Natuurlijk gaat dit niet zonder slag of stoot want hij wordt opgejaagd. Niet alleen door een stel Zweden, maar evengoed door zijn eigen opdrachtgever die hem in Italië heeft gestationeerd voor een belangrijke klus. Uiteraard leert hij daar een beeldschone vrouw kennen die het vaarwel zeggen van zijn oude vak allemaal nog meer de moeite waard maakt, maar die tegelijkertijd zijn kwetsbaarheid vergroot. Een moderne thriller dus, die maar weinig gemeen heeft met Corbijns debuut Control, een biopic over de ondergang van zanger Ian Curtis van de Britse cultband Joy Division. De personages in The American zijn, in tegenstelling tot zijn debuut, nauwelijks serieus te nemen: het zijn James Bond-achtige figuren, zoals het personage van Thekla Reuten, die een mooie maar dodelijke huurmoordenaar speelt waar Clooney zaken mee moet doen. Zij en ook Clooney’s nieuwe liefde, een afvallige prostituee, hebben geen enkele diepgang, en dat is niet veel. Lees verder op DeJaap >>>
Natuurlijk, in 2011 gaat Lady Gaga een paar grote hits scoren, en ook Editors en Kings of Leon zullen wel vlot doorgaan. Dat 2011 het jaar wordt van James Blake is ook niet echt een gewaagde voorspelling. Als zijn ep’s van het afgelopen jaar en zijn geweldige cover van Feists ‘Limit to your love’ daarvoor niet indicatie genoeg waren, dan wel het feit dat hij in de eindejaarslijstje van de popjournalisten steevast als the coming man genoteerd stond. Daarom hier drie ietwat meer obscure tips waar u de komende maanden goed op moet letten. De bandnaam hebben deze Nieuw-Zeelanders al mee en met de muziek zit het ook wel snor. Ze maken een opzwepend soort van electro-pop die niet snel gaat vervelen. Het enige wat je er op kan aanmerken is dat het allemaal wat eclectisch is en de band haar eigen stijl nog moet vastpinnen. Op ‘The sun’ klinkt de band als de latere Radiohead, terwijl een popsong als ‘Girls like you’ weer meer in het straatje van een, pak ‘m beet, Phoenix ligt. Maar vooral de twee singles, ‘Punching in a dream’ en ‘Young Blood’, liegen er niet om: electropop met veel energie, die doet denken aan bands als de Yeah Yeah Yeahs en Cut Copy. ‘Young Blood’ was al een nummer 1-hit in het thuisland, en wellicht gaat de rest van de wereld er binnenkort ook aan geloven. Lees verder op DeJaap >>>
Beste Film The Social Network
Beste Regie Davind Fincher (The Social Network)
Beste Script (original) David Seidler (The King’s Speech)
Beste Script (Adapted) Aaron Sorkin (The Social Network)
Hoofdrol (M) Colin Firth (The King’s Speech)
Hoofdrol (V) Natalie Portman (Black Swan)
Bijrol (M) Christian Bale (The Fighter)
Bijrol (V) Melissa Leo (The Fighter)
Cinematography Danny Cohen (The King’s Speech)
Editing Andrew Weisblum (Black Swan)
Original Score Alexandre Desplat (The King’s Speech)
Lees op DeJaap waarom deze namen de Oscars van 2011 gaan winnen >>>
Eindejaarslijstje: hoe vaak werden mijn Zomergasten-recensies op Nu.nl eigenlijk aangeklikt in 2010? Best wel vaak, zo blijkt uit de grote Nu.nl eindejaarsopgaven. Online columns schrijven: nu weet u waarom.
Door Joep Smaling – Van Enter the Void krijg je als kijker hetzelfde nare gevoel als bij Noe’s voorgaande films, maar toch is deze productie verrassend anders. Enter The Void is namelijk een lange psychedelische ervaring die heel wat geduld vergt van de kijker. Het perspectief is in de eerste persoon – vergelijkbaar met de cameravoering in Prodigy’s clip Smack My Bitch Up – en dat die eerste persoon al na twintig minuten sterft verandert daar niets aan. We volgen Oscar en Linda, broer en zus die een innige band met elkaar hebben opgebouwd nadat hun ouders zijn verongelukt. Oscar woont in Tokio en heeft daar een lucratief handeltje in geestverruimende drugs zoals mdma, en dmt (een drug die dezelfde ervaring teweeg zou brengen die mensen hebben vlak voor ze sterven.) Hij laat Linda overkomen die vervolgens gaat werken als stripteasedanseres. De film begint pas echt op het moment dat Oscar word doodgeschoten in een smerig toilet in nachtclub The Void. Hierna volgt het verhaal de grote lijnen van het Tibetaanse Dodenboek. Oscar ‘zweeft’ gedurende de hele film over Tokio en volgt het deprimerende bestaan van zijn zus na zijn dood, zonder dat enige vorm van communicaie of ingrijpen mogelijk is. De film zit zo bomvol psychedelische effecten en naargeestige sfeermuziek (van onder andere Coil) dat epileptici Enter the Void maar beter kunnen overslaan. Veel filmmakers hebben geprobeerd de hallucinaties door tripmiddelen in beeld te vangen, maar Noe is de enige die daarin is geslaagd. Het is een krachttoer van grafische effecten en het is dan ook niet verwonderlijk dat Enter the Void nog lang niet af was toen hij werd vertoon in Cannes. Het enige minpunt is dat de film na een tijd meer vorm dan inhoud is, en dat die vorm weliswaar prachtig is, maar na verloop van tijd alles overschaduwt. Wat blijft is de sfeer, waarin dood en erotiek een duister verbond hebben gesloten.
Dat een dergelijke serie, ontsproten uit het brein van Steffen Haars en Flip van der Kuil, zelf wel enig bestaansrecht heeft op een niche-zender als Comedy Central, een station dat gekenmerkt wordt door op Amerikaanse leest geschoeide flauwe (Scrubs) danwel zeer groffe (Californication) comedyseries, is nog tot daar aan toe. Dat een Reinout Oerlemans, directeur van Eyeworks, zich echter heeft laten verleiden tot het financieren van een negentig minuten durende film die niets meer is dan een aaneengeregen reeks sketches waar de originele serie uit bestaat, is tekenend voor de onwil binnen een steeds groter wordende groep ontevreden Nederlanders om zich te voegen naar de maatschappelijke mores die vragen om fatsoen en respect. Dat station lijkt anno 2010 voorgoed gepasseerd – terwijl de geschiedenis ons in de afgelopen eeuw meermaals heeft geleerd dat het nastreven van een uitzonderingspositie enkel leidt tot donkere denkpaden en, erger, uitingen van racisme, haat en andere vormen van maatschappelijke onbalans. Deze uitingen van ‘cultureel vermaak’ onderstrepen de vicieuze cirkel waarin ons land zich momenteel bevindt. Aangewakkerd door de oorlogstaal van Geert Wilders en zijn in brievenbussen urinerende, kopstoten uitdelende en pornowebsites exploiterende achterban, heeft het gedachtengoed zich via het ongereguleerde internet om weten te zetten in een hype rond de lauw bier drinkende, vloekende en agressieve achterlanders van die partij – asociaal campingvolk in trainingspak. Nu de venijnige, misschien wel gevaarlijke sentimenten die bij de PVV en haar achterban op internet en in de provincie lijken te leven een weg naar buiten gevonden hebben in een goed gepropageerde en tot overmaat van ramp zeer succesvolle pulpproductie, lijken de messen definitief geslepen en staat Nederland, met het oog op de door de rechtse regering voorgenomen (subsidie)bezuinigingen, aan de voet van een culturele oorlog die leidt tot een verzwakking die wellicht nooit meer omkeerbaar is. De TROS, SBS6 en de programma’s van Gordon, Gerard Joling en Menno Buch waren nog tot daar aan toe, maar nu de maatschappelijke onvrede zich een weg naar ’s lands grote schermen gevonden heeft, lijkt de opmars van de neerval onstuitbaar.
Door Ome Ger uit Mokum – Een groepje plattelandsjongeren wordt op schrijnende wijze geconfronteerd met de mondiale crisis en dient een nieuwe inhoud te verlenen aan zijn toch al karige bestaan. We herinneren ons allemaal de films die hetzelfde thema als onderwerp hebben, zoals de wonderschone tragikomedie De schaduwtuin van de Oezbeekse regisseur Ashpad Burukisan, terecht publiekswinnaar op het IFRR in 2008, of het met een Gouden Wasbeer bekroonde meesterwerk Who stole my goat? van de Nigeriaan Richard Achwuku. Maar wie verwacht dat hij in de film New Kids Turbo! eenzelfde integer portret te zien krijgt, waarin de navrante gevolgen van de mondialisering op het alledaagse leven op het Brabantse platteland geschetst worden, komt evenals de recensent bedrogen uit.
Aardig boekje, beslist niet intellectueel dus je hebt het zo uit voor iedereen toegankelijk: Inburgeren in de praktijk door Roos Friesland (pseudoniem). In dit boek verhaalt de schrijfster over haar ervaringen als docente Nederlands voor asielzoekers, allochtonen en anderen die verplicht moeten inburgeren. Wat oorspronkelijk een lief sociaaldemocratich maakbaarheidsidee was (alle mensen zijn van nature goed en heel zielig) blijkt in de praktijk uit te monden in chaos. Cursisten weigeren les te krijgen van een vrouw, de niveauverschillen per klas zijn enorm, islamitische vrouwen lijken vaak onbereikbaar, van de beoogde doelstellingen komt doorgaans niets terecht en dankzij het feit dat in Nederland ook het inburgeren via een door PvdA-vriendjesnetwerken onderhouden “vrije markt” verloopt, verdwijnt er vooral heel veel belastinggeld in de zakken van inburgerbazen onder het motto: “Deze mensen zijn zielig en moeten worden geholpen!”. Hieronder alvast enkele citaten uit het boek die voor zich spreken. U kunt het boek hier bestellen. Over enkele weken zal het ook als e-book verkrijgbaar zijn.
Als toegewijde gebruiker van internet met speciale aandacht op liefde ben ik een boek tegengekomen over internetdating. Omdat liefde en internetdating de belangrijkste thema’s zijn voor de leden van be2, proberen wij leuke tips te geven van boeken die succes garanderen op dit gebied. Het volgende boek, die ik aan jullie wil voorstellen, is van Bert Brussen en het heet “Internetdating”. In Internetdating legt hij als ervaren, verstandige internetgebruiker uit wat online daten is en hoe je het doet. Het boek volgt de chronologie van online daten. In negen hoofdstukken komen achtereenvolgens het kiezen van de juiste site, het maken van het juiste profiel, het leggen van contact, het daadwerkelijk daten en hoe te doen na de date aan bod. Lees verder op Be2.nl >>>
Los daarvan is het boek meer een handleiding voor absolute beginners. Als je geen idee hebt of het gunstig is dat je een foto bij je profiel hebt staan, is dit jouw boek. Ook als je niet kunt bedenken wat voor foto het moet zijn. Of wat je moet schrijven over jezelf en wat niet. Soorten relatiesites. En dat er sites zijn voor de liefde en voor de seks. Dat soort kwesties zet de auteur helder uiteen. Soms lijkt hij zich vooral op mannen te richten: “Om nu te zeggen ‘Negeer alle sekssites’ is wat al te betuttelend, maar het beste advies is toch wel: ga naar de hoeren want daar krijgt u meer waar voor uw geld. Wie toch op seksavontuur wil op internet doet er goed aan de waarschuwing die elders in dit hoofdstuk al is gegeven nogmaals in zijn oren te knopen: dingen die te mooi lijken oom waar te zijn, zijn dat ook.” [...] In het hoofdstuk ‘een goed profiel in zes stappen’, zijn de stappen logisch en nuttig beschreven. Dan blijkt dat het vanzelfsprekende nog zo vanzelfsprekend niet is. De paragraaf ‘wat u beslist niet moet schrijven’ is een beredeneerde opsomming van gemeenplaatsen waarbij je denkt ‘nee, natuurlijk schrijf je dat niet’. Maar op elke datingsite vind je profielen waarin zinnen staan als ‘ik dacht, ik probeer het maar weer eens’. Wat daar verkeerd aan is:“En als het niet lukt is het ook goed? Het idee van daten is natuurlijk dat u het leuk vindt, en dat het iets toevoegt aan uw leven. Iemand die zich inschrijft op een datingsite ‘om het maar weer eens te proberen’ klinkt meer als een deelnemer van Lingo die zojuist heeft verloren dan iemand met wie het leuk daten is.’ Zo gaat de auteur een paar bladzijden door. Snoeihard proza, dat hopelijk een goede invloed heeft. Hoe verder in het boek, hoe beter het wordt. Praktischer, gerichter en strenger: dit wel, dat niet. Doorlezen loont dus, je haalt er altijd iets uit waarvan je met schrik beseft ‘dat doe ik voortaan anders’. [Dit boek is] uitstekend geschikt voor degenen die nog nooit een datingsite hebben gezien en moeite hebben met zelf nadenken.
Hee kijk, ook Relatieplanet.nl heeft mijn boek over internetdating gelezen. En geeft er tweeënhalf van de vijf sterren voor. Maar dat komt door de slechte inhoudsopgave, ofzoiets. Nu wilt u het ook lezen nietwaar? Bestellen kan HIER.
“ Het boek verscheen deze week in een eerste oplage van 120 duizend exemplaren. Nog voor het in de winkels lag, werd de schrijver al beschuldigd van plagiaat door de Franse website slate.fr. Houellebecq zou zonder bronvermelding passages van onder andere Wikipedia hebben gehaald. Houellebecq zelf reageert gelaten op de beschuldigingen. In een filmpje dat te zien is via de website van Le Nouvel Observateur zegt hij dat zijn manier van werken niet nieuw is. Hij laat zich vooral door Perec en Borges inspireren. Ook noemt hij zijn werk een ‘patchwork’. […] Het verhaal en de personages zijn aanleiding voor diverse uitweidingen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Vaak hebben dit soort mini-essay’s betrekking op de consumptiemaatschappij, maar ze kunnen ook gaan over filosofen, kunstenaars, en, zoals in La carte et le territoire, over het Kroatische eiland Hvar, de Asubhã meditatiemethode en de maltezerhond. Thema’s die intussen karakteristiek zijn voor zijn werk, zoals het liberalisme en de vergankelijkheid, herkennen we ook hier weer. Maar in deze nieuwe roman zijn ze subtieler uitgewerkt en is het geheel gelaagder en ook grappiger dan zijn eerdere romans. Er is zelfs een deel dat is geschreven, en leest, als een politieroman. Ongetwijfeld is dit het beste boek van Houellebecq tot nu toe. Het verhaal begint ergens in het tweede decennium van de 21ste eeuw en loopt door tot zo’n veertig jaar daarna. Het beschrijft het leven en werk van Jed Martin. Zoals de meeste hoofdpersonen van Houellebecq is ook Jed een eenling. Zijn vader is de enige die hij regelmatig blijft zien: elk jaar met Kerstmis. Wanneer een van de mooiste vrouwen van Parijs zijn vriendin wordt, ‘zou hij zich daarover verbaasd hebben, als hij ertoe in staat zou zijn om zich over dat soort dingen te verbazen, of ze zelfs maar op te merken’. Hij leeft vrijwel onverstoorbaar, beziet zijn leven alsof het een van de objecten is die hij voor zijn werk fotografeert. […] Houellebecq’s roman heeft, zoals al zijn romans, een complexe structuur, maar blijft vloeiend. Voor de ene lezer zal La carte et le territoire vooral gaan over een vader-zoonrelatie, een ander zal er weer een cynische toekomstvisie in zien.
De nieuwe Houllebecq getiteld La carte et le territoire is uit. Meer dan 400 pagina’s dik en reeds bejubeld door de meeste recensenten. Louloene en Sjaak zullen gelukkig zijn. Het gaat helaas tot begin 2011 duren voordat er een Nederlandse vertaling op de markt komt. Bovenstaande recensie is afkomstig uit de papieren Volkskrant, de recensent vertelt er hier meer over.
In een met uitsluitend blanke elitemensen gevulde filmzaal vertoonde de Vpro donderdagavond bij wijze van voorpremière de, toch al wel veelbesproken, documentaire Wilders The Movie. De film kwam letterlijk zo van de montagetafel rollen, vandaar ook dat de voorstelling anderhalf uur later begon dan aangekondigd. Wellicht dat documentairemaker Joost van der Valk de reeds in de pers tot schokkend gebombardeerde maar niet onderbouwde fragmenten er nog uit moest knippen.
Door dr. Linda Duits – Naarmate het boek vordert, neemt het aantal concrete voorbeelden toe. Worden er eerst vooral voorbeelden gegeven die grappig bedoeld zijn (het is niet waarschijnlijk dat Brussen een date heeft gehad met een eenbenige die dit had verzwegen), in het hart van het boek worden de voorbeelden uit de datingpraktijk gehaald . Even doorzetten dus, want dit is het punt waarop het leuk wordt. Iedereen die wel eens lid is geweest, kent de clichéteksten die de profielen bevolken. Voor het bespotten van dergelijke clichés hoef je geen groot komiek te zijn. Brussen fileert ze echter met scherpe humor. Zo becommentarieert hij de clichétekst ‘Ik ben een gevoelsmens’ met ‘Bij voldoende pijn is echt iedereen een gevoelsmens…’ Dit zijn momenten waarop Bert Brussen de internetdate-expert het dichtst in de buurt komt van Bert Brussen de twitteraar. Hij weet hierbij het niveau van leedvermaak ruimschoots te ontstijgen. Internetdaten van Bert Brussen is informatief en grappig voor iedereen die wel eens geïnternetdate heeft. Hij/zij zal zichzelf langs de Brussen-meetlat leggen. Hoe goed was mijn profieltekst nu eigenlijk, bega ik zelf deze fouten? Mensen die geïnteresseerd zijn in het liefdesleven van Brussen, toch een BN’er op het internet, zullen teleurgesteld zijn. De lezer komt nauwelijks iets te weten over de auteur zelf. Het boek gaat daarnaast uit van hetero’s en is niet geschikt voor de vele (oefen-)holebi’s die zich op de interwebs begeven (alleen al ontbreken van GayRomeo in het rijtje gaysites laat zien dat Brussen van deze wereld niets weet).
Internetdating van Bert Brussen is online hier te koop. Het boek bevat ook cartoons van Bandirah.
Wat dat betreft biedt Oh oh Cherso de kijker een blik in de wachtruimte van de huidige geschifte eenzame wereld. Er zijn geen mensen, er zijn patiënten. Er zijn geen artsen, er is het materialistisch hedonisme. Er is geen kuur of medicijn, er is slechts leed. Dat leed moet worden verdrongen, daar hebben we allemaal mee te maken. Maar de Jokers, Sterretjes en Barbies uit Oh oh Cherso zijn inmiddels zo ver verwijderd van het realisme, aangetast door de ziekte als ze zijn, dat het verdringen van hun leed deel is geworden van het bestaan: ze zijn niet langer wie ze in wezen zijn, ze zijn de volmaakte verpersoonlijking van hun psychotische fantasie. We herkennen in O O Cherso deels onszelf. Wie wil er niet vooral alleen de lust bevredigen en zonder gene, angst of vooroordeel het gekooide dier alle ruimte geven? Wie nooit verlangt naar een leven dat uitsluitend draait om luiheid, fastfood, instant seksuele bevrediging en korte termijn denken is vooral dief van zijn eigen emoties of hypocriete leugenaar. We hebben in de loop der eeuwen onze lust weten te temmen maar slechts een dun laagje beschaving versluiert de bloeddorstige aap in ons. In wezen schuilt in ons allemaal het brandende verlangen Barbie of Joker te zijn.
Zo, het Zomergasten-archief is weer aangevuld en telt nu vijf kloeke jaargangen heerlyck Vpro-intellectualisme voor op de regenachtige zondagmiddag-pijprookmiddag. De eersten Zomergasten-recensies werden geschreven voor destijds Nieuwnieuws.nl (nu Spitsnieuws.nl) maar helaas is één recensie verloren gegaan. En dat is de recensie van collega Brusselmans over de Zomergasten-aflevering met Leon de Winter. Ik zal nog eens in de geheime bunker van Joris zoeken of het niet nog ergens online staat op een floppy disk ofzo (laat maar, zie update). Later verschenen de Zomergasten op mijn eigen weblog en sinds seizoen 2009 op Nu.nl, zodat de vaste maandagmorgentelevisiecolumnist Paul de Lange ook eens op vakantie kan. Volgend jaar schrijf ik ze hopelijk weer, zodat u fijn verder kunt met Zomergasten-recensies verzamelen. Als ik tien jaargangen heb zal ik het op papier laten drukken. Kunnen de Vpro-leden en Peter van Ingen ook eens wat van mijn recensies lezen. Rest de vraag: wat moet ik nu op zondagavond doen?
Update: ah, de verloren recensie is alweer terecht…
Historisch was ook het gevoelige pleidooi dat Olaf hield tegen het toenemende homogeweld in “zijn” stad Amsterdam. Hij wond er geen doekjes om, noemde het beestje bij de allochtone naam en toonde zich een ontroerend strijdvaardige maar kwetsbare bewaker van een prille vrijheid. Oprechte woorden. Zelden had iemand zo ontzettend gelijk, zonder zich te laten verleiden door de gevaarlijke retoriek van geweld of dwalingen naar meer extremistischer ideeën. Even werd het oorverdovend stil in de studio. Hopelijk werd het thuis bij de Amsterdamse bestuurders, die nog altijd het toenemende geweld tegen homoseksuelen (één incident per dag!) niet kunnen of niet durven stoppen, net zo stil.
Het laatste uur leek ook Brandt Corstius op stoom te komen en stelde hij zowaar vragen die er toe deden. Dankzij een korte maar hevige chemie met zijn gast kon Brandt Corstius laten zien wat hij echt waard is als Zomergasten-presentator. Het leverde klassieke, mooie diepgaande gesprekken op. Gesprekken over angst voor de dood, over dromen en nachtmerries, troost, inspiratie, geloof en hoop. Bijna altijd was het voor de kijker invoelbaar, maar heel soms leek het een klucht tussen twee gemankeerde filosofen.









Recente reacties