Jul 232007
 

Nummer zes met witte lijst De eerste aflevering van Zomergasten seizoen 2007 trok het te verwachten aantal van vijfhonderdrieëndertigduizend kijkers. Het is nu al te voorspellen dat dit aantal de komende weken niet zal veranderen en alleen zal stijgen als Paul de Leeuw de speciale honderdste Zomergasten-uitzending presenteert. Dit vaste aantal kijkers zegt iets over de huidige status quo van het programma. Want ondanks de toch elk jaar weer redelijk geslaagde selectie van gasten en de beslist niet onaardige keuze van presentatoren (op Connie Palmen na), is de rek na twintig jaar duidelijk uit het programma. Alle goede bedoelingen, het jaarlijkse zielloze en hilarisch lelijke decor en marketingacties vooraf ten spijt lijkt het programma volledig te zijn doodgebloed.

Dat was ook te merken aan deze eerste uitzending waarin een zeer montere en zelfverzekerde Joris Luyendijk een onverwacht veel pratende Bettine Vriesekoop ontving. Vriesekoop is als tafeltennister en China-correpsondent voor NRC natuurlijk relatief ongevaarlijk en biedt voor zowel de redactie als voor Luyendijk een gegarandeerd degelijke opening van het seizoen. Met Vriesekoop is het namelijk rustig, kalm, genuanceerd en zelden spannend babbelen. Vriesekoop is topsporter in hart en nieren, heeft haar leven volledig in het teken van de ultieme zelfbeheersing geplaatst en praatte bijna onbewogen over toch nog verrassend diepzinnige gebeurtenissen uit haar leven.

De door haar gekozen fragmenten waren al evenmin spannend en leken een perfecte reflectie van haar zieleleven weer te geven: sporters die praten over zelfbeheersing, een documentaire over ping-pong (waaruit wederom een enorme hoeveelheid respect sprak voor topsport), een Russische protestzanger, symbool voor Vriesekoops te vroeg overleden grote liefde, een aan anorexia en eigenlijk zelfbeheersing gestorven dansers… De spanning tussen de gekozen fragmenten en de soms verdiepende openbaringen van de echte mens Bettine Vriesekoop leek, zoals alles in haar leven, tot in de puntjes geregisseerd en voorbereid. Joris Luyendijk was of vanaf de eerste minuut met stomheid geslagen door zoveel sereniteit en haast viriele, beheerste gedachtegangen van zijn gast, of hij zat in het complot van de geregisseerde perfectheid van fijngeweven spanning tussen gast en fragmenten.

Een aantal momenten leek hij zijn kritisch journalistieke reflexen te herkennen en haalde hij, duidelijk intuïtief, ongemeen fel uit. Hij vroeg Vriesekoop of ze zich nooit bezwaard had gevoeld door haar aanwezigheid in het totalitaire regime van het gesloten China van de jaren tachtig. Even leek zij daarvan te wankelen, te twijfelen en keek zij vragend naar de presentator die haar onverwachts zo ruw aanpakte. Maar ze hervond zich, antwoordde iets wat even nietszeggend als bevredigend was, en speelde het geestelijke spelletje ping-pong verder. Met backspin, want Luyendijk gaf zich direct gewonnen, zoals de tegenstanders van Vriesekoop zich soms al gewonnen gaven bij het aanschouwen van haar zelfverzekerdheid of het voelen van haar ferme handdruk.

Het werd nadien nooit meer echt spannend, al valt op de schoonheid en ontluistering van de wel erg oprechte verhalen van de olympisch kampioene weinig af te dingen. Maar waar bleven de écht kritische vragen? Waarom vertelde ze niet over haar coach die haar onderdrukte en sloeg? En waarom ontbrak zelfs ook maar de geringste kwinkslag naar haar korte carrière als Playboy-model? Luyendijk gaf haar dan wel, op z’n Joost Zwagermans, alle ruimte om toch vooral te spreken waarover zij wilde, maar het gebrek aan tegenwicht maakte het geheel uiteindelijk gezapig. En doodgebloed. Of ten minste lijdend aan bloedarmoede.

Wellicht waren we hier getuige van de vernieuwde reeks postmoderne Zomergasten: eentje die de oude, strenge intellectualistische oer-vorm van zich af heeft geworpen en op zoek gaat naar de toegankelijkere weg van charmant peuren op gevoelige psychoanalytische wijze. Een kruising tussen het filerende interviewen van wijlen Ischa Meijer en het roomboterbabbelaar achtige charmeoffensief van Martin Simeck.

In dat geval moet Luyendijk wel ophouden met het forceren van niet grappige bruggetjes (en dat bij elke bruggetje ook hardop zeggen) tussen de verschillende fragmenten en minder opvallend spelen dat hij dom is, omwille van het publiek. Want het publiek zal nooit het domme publiek worden wat nodig is voor grote kijkcijfersuccesen. Daarvoor is de naam van Zomergasten teveel bezwaard (of verlicht) met de intellectuele VPRO-uitstraling die het programma vaker mooi dan lelijk maakt.