Jul 282008
 

Zomergast 1 2008 Met Bas Heijne als presentator van Zomergasten wordt Zomergasten weer zoals het bedoeld is: een intellectuele exercitie naar aanleiding van televisiefragmenten, de persoonlijke keuze van de gast. Bas Heijne, NRC-columnist en al jaren professioneel serieus intellectueel zwaargewicht, presenteert Zomergasten zoals verwacht op een bijna plechtige manier. Als een statig man weigert hij zijn gast te tutoyeren en creëert hij een discrete distantie. Hij is een butler in dienst van het programma, een oude wijze man die op een niet irriterende manier veel elitair intellectualisme aan zich heeft kleven. Maar waar elitair intellectualisme de kijker of de lezer zo vaak in de weg zit, past het Bas Heijne als een gesneden maatkostuum. “Best fijn, zo’n moderne Adriaan van Dis als Zomergasten-presentator”, hoor je de kijker denken.

Nu is het met een gast als Ronald Plasterk ook wel eenvoudig scoren. Minister Plasterk is de ideale Zomergast, behept met oneindig intellectueel vermogen, wetenschappelijke ervaring en voldoende politieke training om geen woord te verdraaien of dingen te zeggen die hij niet zo bedoelde. De minister, tijdens de uitzending plaatsvervangend premier, maakte bijkans meer aantekeningen dan zijn ondervrager, was ook de intellectuele meerdere, en leek zich tot in de puntjes te hebben voorbereid, ongetwijfeld geholpen door een batterij aan voorlichters. Zelfs de keuze van fragmenten leek een evenwichtige opbouw voor een geanimeerd gesprek over onderwerpen die, heel netjes, alle facetten van zijn vak als cultuurminister zouden kunnen dekken.

Het is te danken aan presentator Heijne dat de minister uiteindelijk meer vertelde dan zijn partij en spindoctors zouden willen. Al kwam Heijne onzeker en traag op gang, duidelijk niet bekend met de soms wat vermoeiende mores van het televisievak (“ik zei ‘Wensfilm’, maar ik moet ‘Keuzefilm’ zeggen van de VPRO. Wensfilm vinden ze te zijig”), juist de professionele distantie en de ruimte die hij zijn gast bood bleken een voedingsbodem voor een vruchtbaar gesprek. (Maar wel met respect voor de geest: Heijne heeft zeker zesentwintig keer gezegd “niet te willen psychologiseren” en “niet al te veel Freud willen zijn”.)

Over geloof en wetenschap bijvoorbeeld. De te verwachten gevoelige plek van de agnostische ex-hoogleraar en onderwijsminister. Het vurige pleidooi wat hij hield over homo-emancipatie bleek zichtbaar dieper te gaan dan vakinhoudelijke betrokkenheid. Even raakte Plasterk vol vuur, en zelfs bitterheid, toen hij verklaarde maar niet te kunnen begrijpen waarom homo’s toch niet gewoon samen mogen leven van sommige dogmatici.
Ook vragen over zijn keuze voor de politiek leken tot aan de ziel te raken. Ja, hij had de wetenschap vaarwel gezegd. Met pijn in zijn hart, maar even overtuigd van zijn politieke roeping als een homoseksueel van zijn geaardheid (“zoals Stephen Fry ooit zei toen men hem vroeg sinds wanneer hij homo was: ‘Toen ik geboren werd keek ik over mijn schouder en dacht: daar wil ik nooit meer naar terug’”). Politiek bedrijven is een teken van goed burgerschap, dat herhaalde de minister gedurende de uitzending zeker zes maal.

Was er meer ruimte geweest, en had het programma uren langer geduurd, dan was minister Plasterk ongetwijfeld leeggelopen over zijn vak. De columnist en wetenschapper in hem is nog niet gestorven en zal waarschijnlijk voor eeuwig leven. Het is te danken aan het strakke voorzitterschap en de prima regie van Bas Heijne, die vriendelijk maar streng zijn gast door de geprogrammeerde avond loodste, dat minister Plasterk niet voorgoed Ronald de jongen is geworden. Ronald de nieuwsgierige kunstgenieter. Ronald de gedreven debater. Ronald de zoon van een arme gevluchte oorlogsduitser.

Maar dat presenteren voor televisie, dat zal nog wel even wennen blijven voor de oude boeken- en krantenschrijver die Bas Heijne is. Toen Ronald Plasterk als een blije puber zijn iPod-video op tafel legde om trots te vertellen dat daar dus wel twee complete seizoenen van een televisieserie op passen, werd al dat moderne gedoe Heijne even teveel. “Volgens mij moeten we nu ook drie andere apparaten noemen waarop zo’n televisieserie bekeken kan worden. Dacht ik, ik ben nog niet zo thuis op dit terrein.” Dat was toch een bijna aandoenlijk Adriaan van Dis-atavisme.

Meer dan dat wil je als kijker eigenlijk ook niet. Alhoewel: misschien eens een nieuw decor…