Aug 182008
 

Annemarie PrinsSoms is Zomergasten niet de kijkenswaardige intellectuele exercitie die het hoort te zijn, maar meer een gezellig doch onderhoudend avondje. Zo’n avondje was het met Annemarie Prins, theatermaakster, en reeds ver in de leeftijd van MAX-kijkers. Maar die leeftijd was zeer zeker geen obstakel voor een goed gevulde avond en madame Prins was alles behalve seniel.

Bas Heijne had zijn handen vol aan deze schrandere, energieke en vooral balorige vrouw. Als een enthousiaste ADHD’er van krap zestien ging Annemarie Prins los op haar fragmenten. Haar gedachten waren zo talrijk, en de gevoelens die met het Nederlands publiek gedeeld moesten worden zo op de voorgrond aanwezig, dat er van enig systeem of samenhang niet bepaald sprake was. Althans, in het hoofd van de Zomergast. Bas Heijne had namelijk wel een strakke programmering, en een regisseur die hoogstwaarschijnlijk voortdurend in Heijne’s oortje aan het blaten was, waardoor alle zeilen moesten worden bijgezet om nog enige structuur in het programma te kunnen houden.

Wat een bij vlagen hilarisch tafereel opleverde. Prins was er telkens op uit de presentator, goedbedoeld, te laten struikelen, maar Heijne, als ware hij een echte psycho-analyticus, liet zich niet van zijn stuk brengen. Soms ging het hem te ver en kwam er onder het keurige masker een licht gekwetste nicht vandaan (“nou ja, ik probeer je alleen te helpen hoor!”), meestal duwde hij de gast handig verder in de richting van een nieuwe en vooral ter zaken doende gedachtegang.

En die gedachtegangen waren gelukkig niet van het niveau Naema Tahir. Dat is niet zo gek, want iemand die al meer dan vijfenzeventig jaar midden in het, laten we zeggen “niet geheel doorsnee”, leven van het theatermaken staat, heeft altijd wat te vertellen. Soms was dat vertellen en hardop denken wat pathetisch, het nadeel van elke acteur. (Iedereen die wel eens een acteur geïnterviewd heeft, weet hoe het begrip “aanstellen” een geheel nieuwe dimensie kan krijgen.) Maar los van het overdreven en aanstellerige, soms wat gemaakte geroer in de ziel, was Annemarie Prins een mooi en vooral leuk mens. Een gezellig mens. Avondvullend zonder al te veel moeilijk gedoe. Een buurvrouw zoals elke buurvrouw hoort te zijn, die altijd thee en koekjes paraat heeft, nooit stopt met praten, op haar honderdste nog mee wil gaan stappen en nooit sterft.

Wel bleven de fragmenten erg aan het thema theatermaken hangen, en dat gaf de indruk dat Annemarie Prins moeite leek te hebben om voorbij haar eigen horizon te kijken. Er zat veel oude roem en vergane glorie tussen de gekozen fragmenten, wellicht leuk materiaal voor de babyboomende theatermakersgarde, maar voor de gemiddelde kijker wel erg ver van het bed.

Schaamteloos was ook het pluggen van de verfilming van Annie M.G. Schmidt’s autobiografie, waarin Prins de oude Annie vertolkt. Weliswaar was het een leuke primeur en heeft elke Zomergasten-reeks wel een scoop van dien aard, het is al te gemakkelijk om in een programma dat draait om de gekozen fragmenten van een gast aankomende televisieproducties van de eigen of naastgelegen omroep te pluggen.

Toch is zo’n uitzending, gevuld met kijkenswaardige en vaak toegankelijke fragmenten, met een kwebbelende, gezellige en opgewekte gast een welkome aanvulling op het arsenaal van zomergasten. Wie toevallig naar deze Zomergasten zapte is ongetwijfeld blijven hangen in het aanstekelijke en opmonterende gegiebel en gebep van Annemarie Prins of anders wel in het bescheiden en keurige cynisme van Bas Heijne die weigerde de draak te laten steken met zijn programma.

Bij grote uitzondering is giebelen, beppen, gezeligheid en aanstelleritus een prima bezigheid voor de natte zomerzondagavond, zolang maar niet elke gast van deze gezellige en MAX-programmeringsachtige snit is.

Eerdere Zomergasten-recensies (2008):

Ronald Plasterk
Junkie XL
Naema Tahir