Aug 252008
 

Willem Schinkel Zet twee intellectuelen (de een Zomergast en hooggeleerd, de ander ingetogen presentator maar even erudiet als stijlvol) met een voorliefde voor de Grote Vragen des levens tegen over elkaar en laat ze drie uur lang vrij dobberen in het troebele water van het menselijk bestaan. Als reddingsboei is daar af en toe een kort fragment, geheel toegespitst op de expertise van de Zomergast en zodra de onderwerpen aan het filosofische raken, herkent de Zomergastenpresentator zijn passionele reflexen en vergeet hij bij vlagen zijn rol als gespreksleider. Het resultaat is de een-na-laatste Zomergasten-aflevering waarin de socioloog Willem Schinkel te gast was.

Nadeel van dergelijke opeenstapelingen van hooggeleerdheid en liefde voor de wetenschappelijke analyse was dat het voor de kijkende leek al snel een college sociologie werd. Een dergelijke academische vertoning zagen we al eerder bij Christine van Broeckhoven, die verstand heeftvan cerebraal verval en Ad Verbrugge, die een Zomergasten-aflevering liet stranden in een complex college Heidegger (Joris Luyendijk destijds: “Waar ben ik je eigenlijk kwijtgeraakt Ad?”).

Door de aard van de fragmenten, ze waren uitgezocht als kapstok voor de sociologische discussie en niet zozeer als verbeelding van de Zomergast zijn persoonlijke belevenis, bleef het geheel analytisch, pragmatisch en misschien wel programmatisch. Het duurde twee uur voor er ook persoonlijke noten werden gekraakt, maar die waren veelzeggend. Schinkel kreeg het voelbaar benauwd toen hij toegaf ernstig gepest te zijn in zijn jeugd. Te moeten opbiechten op nationale televisie dat je tot aan de universiteit geen vrienden hebt gehad, vraagt veel zo niet alles van de menselijke ziel die een leven lang alles heeft aangewend om forten, muren en palissades te kunnen bouwen teneinde volledig veilig te zijn voor de boze pestkoppen uit de jeugd.

Het lukte Bas Heijne dan ook niet de ingeslagen weg van psychologische analyse vol te houden. Het moment waarop de ophaalbrug werd opgehaald en de gast zich weer terugtrok in zijn zwaarbewaakte fort van academische verdichting was het moment waarop Heijne vroeg naar dingen waar Schinkel spijt van had. “Daar wil ik liever niet op ingaan”, zei Schinkel, en hij dook in zijn loopgraaf. Heel even was de Zomergast een kleine schooljongen, een kwetsbaar mens, raakbaar. Heel even. Daarna was het de universitair docent, ongetwijfeld de hoogleraar in spé, emotioneel onbereikbaar en, vooral dat, onaanraakbaar.

Het gesprek tussen de beide heren was bij vlagen meer dan geanimeerd. Naar aanleiding van een fragment met daarin het debat tussen de filosofen Foucault en Chomsky, ontspon zich een serieuze discussie. Heijne als filosoof die de menselijke natuur liever ziet waar Chomsky hem plaatst en Schinkel de systeemdenkende structuralist die zei geen adept te zijn van Foucault, maar ten minste zwaar leunt op diens filosofische theorieën. Mooi om te zien hoe twee bewezen intellectueel zwaargewichten voor even vergeten dat ze in een uitzending zitten en hun persoonlijke stellingnamen te vuur en te zwaard verdedigen.

Liefhebbers van theorie en analyse zullen zonder twijfel geïnspireerd zijn door deze Zomergasten-uitzending. De boeken van Schinkel zullen een nieuwe druk ingaan (al was het maar de door Bas Heijne aangeprezen dunne “light”-versie van Schinkel’s Denken in een tijd van sociale hypochondrie), en vooral op internet zullen boze haters van de multiculturele samenleving hun zwaarden op tafel leggen om die “linkser dan linkse” socioloog eens flink mee te fileren.

De kijkers echter die kwamen om meer te zien van Willem Schinkel dan zijn teksten moeten teleurgesteld weer zijn afgedropen: Willem Schinkel bestaat niet. Willem Schinkel is slechts een verzameling van zijn eigen theorieën. Willem Schinkel transcendeert niet alleen de samenleving die hij minutieus beschouwt, maar ook zijn eigen bestaan. En dat bestaan is nou juist een cruciaal punt in een uitzending van Zomergasten.

Eerdere Zomergasten-recensies (2008):

Ronald Plasterk
Junkie XL
Naema Tahir
Annemarie Prins